Columns en Nieuwsbrieven

Nieuwsbrief december 2019

Het bestuur van het Filosofisch Cafe Sneek wenst u mooie feestdagen. Wat hebben we voor u in petto de komende maanden? Een mail om te bewaren!

21 januari                

Thijs Lijster                          Kijken, proeven, denken: over kunst en esthetica

In ons spreken en denken over kunst wordt het kunstwerk nog al te vaak als een passief object voorgesteld waar we over kunnen of moeten spreken, nadenken, reflecteren, en discussiëren. Thijs Lijster stelt tegenover het denken over kunst van de traditionele esthetica een denken door kunst. Zijn uitgangspunt is dat kunst ‘terugdenkt’: het kunstwerk is een vorm van denken, letterlijk een denkvorm of denkbeeld, een ding-dat-denkt. Dit heeft ingrijpende gevolgen voor ons begrip van kunst, maar ook voor de praktijk van kunstkritiek, en voor de relatie tussen filosofie en kunst. Of anders gezegd: voor het kijken, het proeven en het denken.

Thijs Lijster (1981) is o.a. als universitair docent kunst- en cultuurfilosofie verbonden aan de Faculteit der Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn boek De grote vlucht inwaarts (2016) werd genomineerd voor de Socrates wisselbokaal en bekroond met de Essayprijs van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. In 2019 verscheen zijn nieuwe essaybundel Kijken, proeven, denken. Essays over kunst en kritiek (Bezige Bij).

18 februari

Marc Schuilenburg            Hysterie, een cultuurdiagnose

Hysterie is het basisingrediënt van onze Westerse cultuur stelt filosoof Marc Schuilenburg in zijn nieuwe boek ‘Hysterie. Een cultuurdiagnose’. Twitter, de beeldvorming rond asielzoekers, het jaarlijkse Zwarte Piet-debat, het collectieve gevoel van onveiligheid, het zijn volgens Schuilenburg allemaal uitingen van wat hij in zijn boek de “opgewonden grondtoon” van onze cultuur noemt en diagnosticeert als uiting van hysterie. Denk op 18 februari 2020 met Marc Schuilenburg verder over wat hysterie is en waarom ze juist nu overal de kop op steekt. Zie ook het interessante artikel in Volzin hierover: http://marcschuilenburg.nl/wp-content/uploads/2019/12/Volzin.pdf

Marc Schuilenburg is een Nederlands filosoof en jurist. Hij doceert aan de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. In 2012 promoveerde hij in de sociale wetenschappen op het proefschrift ‘Orde in veiligheid. Een dynamisch perspectief’.

17 maart

Jeroen Linssen                   Hebzucht, over de normalisering van een ondeugd

In deze lezing gaat Jeroen Linssen in op de wijze waarop de filosofen in de afgelopen duizend jaar de passie van de hebzucht hebben bejegend. Aan de ene kant wordt hebzucht gezien als de wortel van al het kwaad. Aan de andere kant wordt hebzucht, vanaf de zeventiende eeuw, positiever benaderd. Hebzucht zou immers ook gunstige effecten bewerkstelligen. Linssen zal ten eerste laten zien dat deze tweeslachtige houding zowel nu als in een ver verleden aan de orde is. Ten tweede zal hij ingaan op de hedendaagse filosofisch-ethische kritiek op de hebzucht. Hij zal betogen dat die kritiek getuigt van een zekere naïviteit, immers is hebzucht niet een bijna vanzelfsprekend element geworden in de huidige neoliberale ondernemersmaatschappij.

Dr. Jeroen Linssen is universitair hoofddocent sociale en politieke filosofie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is tevens onderwijsdirecteur van de faculteit filosofie, theologie en religiewetenschap. Hij schreef onlangs het boek Hebzucht. Een filosofische geschiedenis van de inhaligheid.

22 april (let op: woensdag!)

Siebren de Ringh en B-ware!

Kom naar de wervelende slotavond van dit seizoen met een andere opzet: Bluesmuziek en filosofie. Siebren de Ringh deelt zijn favoriete filosofische inzichten die hem hebben geholpen in zijn persoonlijke ontwikkeling en in de praktijk van elke dag. Dit doet hij op een toegankelijke en energieke manier. Er is gelegenheid om de dialoog aan te gaan en de inzichten worden kracht bijgezet door top blues band ‘b-ware’. Filosofie als de taal van de ratio en blues als de taal van het gevoel. Siebren de Ringh is managementcoach  en teamontwikkelaar en heeft de gave om grote thema’s licht te brengen.

Het begrip waarheid heeft nu wel zijn langste tijd gehad.

Het begrip Waarheid heeft nu wel zijn langste tijd gehad. Het is zwaar verouderd omdat de Waarheid een veel te complex begrip is geworden, omdat de wereld te complex is geworden, omdat er zoveel soorten waarheden en pseudo-waarheden in omloop zijn gebracht. Je weet niet meer aan welke feiten je je vast moet houden, welke betekenis en interpretatie je aan feiten moet geven. Of sterker nog: wat zijn feiten eigenlijk?

Filosofen hebben zich al eeuwen theoretisch en praktisch bezig gehouden met het probleem Waarheid en natuurlijk kwamen die er ook niet uit. Maar hun ideeën erover zijn nog wel redelijk te overzien als je een beetje in de stof bent opgevoed. De gewone man maakte zich er eeuwenlang ook niet al te druk over. Wat waar is werd je door de machthebbers en gezagsdragers voorgehouden, en als je het er niet mee eens was of het allemaal niet begreep dan was er nog altijd het zwaard en het grote oplosmiddel: de Ware God en zijn ondoorgrondelijke wegen. Maar wat moet je, nu God dood is verklaard, de Macht gedemocratiseerd, de Wetenschap verdacht is en de Vrijheid van denken en doen zo groot is dat je het zelf maar uit moet zoeken wat waar of gelogen is?

Nou goed, als je er dan aan de voorkant van de Waarheid niet in kan, dan moet je het eens aan de achterkant van de Waarheid proberen, want daar zit de Leugen. Jah, zeg je, maar als je niet weet wat de Waarheid is dan weet je ook niet wat een Leugen is. Fout! Dat weet je dondersgoed! Of beter gezegd, je voelt het onmiddellijk als je liegt! Waar of niet?

Je weet misschien niet altijd of je het bij het juiste end hebt maar je voelt wel onmiddellijk aan je water dat je iets leugenachtigs zegt of doet. De geleerden hebben trouwens al vaak genoeg vastgesteld dat een mens per dag enkele tientallen malen liegt of iets wat er op lijkt. Ik bedoel, we weten het, we voelen het als we ‘iets onwaars’ zeggen.

Dus wat staat ons te doen als we toch zoveel als mogelijk Waarheid willen spreken? Nou, dat betekent dus zoveel mogelijk de Leugen terugdringen. De wereld zou er wel wat beter door draaien, toch?

Maar hoe doe je dat praktisch, gewoon dagelijks minder leugenachtig zijn en daarmee de wereld wat verbeteren? Da’s niet zo moeilijk, gewoon dagelijks een leugenlijstje aflopen. Een checklijstje boven je bureau, op de koelkast of in je computer hangen. En dan trainen.

Chris koopmans

(Chris Koopmans is klinisch psycholoog en trouw bezoeker van het Filosofisch Café in Sneek. Bent u ook geïnteresseerd in het leugenchecklijstje? Neus dan eens rond op zijn site: www.webnotities.nl  Lees ‘checklist voor waarheidlievenden’)

Gedogen

“ Ze eten daar rauwe haringen “ zeggen de Engelsen over ons. “Ze fietsen met zijn zessen over het midden” zeggen de Duitsers en de Fransen wijzen er fijntjes op dat wij de kaasschaaf kennelijk hebben uitgevonden. Mensen uit verre landen amuseren zich over het feit dat wij één koekje tegelijk presenteren.

Daar mogen ze van ons niets van vinden,  want zij waren buitenlander. En Maxima al helemaal niet – want zij was buitenlandse en ook nog Koningin.

Is er nu echt niets inhoudelijkers te bedenken dat ‘typisch Nederlands’ is?

Jazeker! Ons gedoogbeleid! Ons gedoog-wat? Gedogen is toch eigenlijk de zaak maar wat  laten waaien, de andere kant opkijken uit onmacht om te handhaven? Iets met te weinig rechte rug en teveel slappe knieën?

In een discussie destijds tussen de (oud) Ministers  van Justitie van België en Nederland, hamerde de eerste, Toeback, vooral op dat standpunt. “Systematisch gedogen”,zei hij, of het nu om drugs in Nederland gaat of om wild bouwen in België, is de onmacht van de overheid verheffen tot ideologie. Omdat ik ze niet kan pakken, doe ik of ik ze niet wìl  pakken”. Gedogen is een vorm van onvermogen met – vond hij –  vaak desastreuze gevolgen.

Ventiel

Donner, de laatste rechtsfilosofisch ingestelde bewindsman die we hadden, tapte uit een ander vaatje. Hij sprak over gedogen als  “het ventiel van de wet”. Hij vond weliswaar dat gedogen geen regel moest worden, maar het beeld dat gedogen “achteroverleunen” zou betekenen deelde hij  niet: Het  eist integendeel meestal veel meer werk.

 Soms moet je af kunnen zien van de hardheid van de wet. Een al te rigide toepassing van de wet kan onrecht in de hand werken. Summa ius, summa iniuria est. Het hoogste recht kan het grootste onrecht betekenen. Gedogen is in een rechtsstaat een instrument om conflicten niet op de spits te drijven en soms nodig om een complexe, veelvormige samenleving geolied te laten functioneren. 

Niet op je strepen gaan staan als wetgever/handhaver is ook een deugd, aldus Donner.  

Donner stond met deze instelling in een  Nederlandse bestuurstraditie:Gedoogbeleid: Een eeuwenoude praktijk van creatieve  fine-tuning bij  wetshandhaving. Gedogen, desnoods. Maar ook het wie /wat/waar/waarom/wanneer moest weloverwogen  gebeuren, het moest tenslotte geen rommeltje worden. Geen “Belgische toestanden” zeg maar. Geen vriendjespolitiek, willekeur of rechtsonzekerheid.

Een heel bruikbaar instrument bij overspannen, rammelende of onhandig uitpakkende wetgeving.

Iets voor het zgn. Nikaab-probleem?

 Siebold Hartkamp         

Nieuwsbrief september 2019

Met enige trots presenteren we het jaarprogramma van het Filosofisch Café Sneek. We hebben voor u contact gelegd met filosofen die hun sporen verdiend hebben in het vak en, ook belangrijk, een goed verhaal kunnen vertellen! U komt thema’s tegen als: liefde en vrijheid, hebzucht, hysterie maar ook: ‘stoïcijnse levenskunst’. Wij hopen dat de lezingen bijdragen aan uw behoefte aan verdieping. Noteert u de data?

17 september          –          Erno Eskens

Wat als dieren rechten krijgen….?

Mag je een dier zonder vorm van proces opsluiten? In november 2016 besloot de Argentijnse rechter Mauricio van niet. Chimpansee Cecilia zou zo op de mens lijken dat ze voor burgerrechten in aanmerking kwam. De uitspraak trok wereldwijd aandacht. In de Verenigde Staten lopen inmiddels meerdere processen om dieren als rechtssubject aangemerkt te krijgen en ook in Nederland onderzoekt men de mogelijkheden voor een proefproces om de opsluiting van dieren als strafbaar feit aan te merken.

Als dieren rechten krijgen – klaarblijkelijk kan het – dan is de volgende vraag: welke dieren komen voor welke rechten in aanmerking. Zijn er heldere criteria ? Filosofen wijzen op het hebben van pijn, het worstelen met emoties of het nastreven van bepaalde doelstellingen. Als we deze criteria serieus nemen en strikt hanteren, wat zijn dan de gevolgen. Betekent dit het einde van de veeteelt? En moeten planten en bacteriën dan soms ook rechten krijgen? Hoe ver gaat dit eigenlijk? Saoedi-Arabië heeft inmiddels burgerrechten toegekend aan een intelligente robot. Ze heet Sophia en ze heeft een eigen paspoort. Zijn het excessen? Of staan we, zoals Erno Eskens denkt, pas aan het begin van een ‘zoölogische revolutie’.

Erno Eskens

Dr. Erno Eskens is uitgever filosofie en geschiedenis bij Boom Uitgevers Amsterdam. Hij werkte eerder als (hoofd)redacteur bij Filosofie Magazine. Hij schreef meerdere boeken waaronder ‘Democratie voor dieren’ en ‘Een beestachtige geschiedenis van de filosofie.’ 

15 oktober   –                      Miriam van Reijen

Stoïcijnse levenskunst; evenveel geluk als wijsheid

‘Stoïcijns’ wordt helaas tegenwoordig vaak opgevat als gevoelloos en zelfs onverschillig. Maar als we de stoïcijnse filosofie (o.a. Epictetus en Seneca) nader bekijken, blijkt het tegendeel waar te zijn! Het zijn emoties als woede, teleurstelling en jaloezie die mensen vaak ongevoelig maken. Het is juist degene die door zulke emoties wordt gekweld, ofwel lijdt, die geen gevoelens van dankbaarheid, mildheid, geluk en liefde kan ervaren. Miriam van Reijen zal in haar lezing laten zien, ook aan de hand van concrete voorbeelden, hoe de lastige en pijnlijke emoties ontstaan, en hoe filosofie, dat wil zeggen, zelfkennis en kritisch denken, ze kan laten verdwijnen. 


Miriam van Reijen

Dr. Miriam van Reijen heeft een lange ervaring in het geven van lezingen, workshops, trainingen en cursussen over de Stoïcijnse filosofie en over Spinoza, en over praktische filosofie, zoals filosoferen over emoties, over de goede keuze’ en over filosofie als levenskunst. In 2010 promoveerde zij aan de Universiteit van Tilburg op Spinoza.

19 november                      –          Jannah Loontjens

Als het over liefde gaat

In haar lezing zal Jannah zich buigen over de vraag wat het betekent om ‘vrij’ te zijn. Naar aanleiding van haar meest recente boek Als het over liefde gaat, waarin zij schrijft over een wandeling door Umbrië die ze samen met haar geliefde maakte, in de voetsporen van de schrijfster Frida Vogels, zal ze vertellen hoe ze al wandelend op zoek ging naar een gevoel van vrijheid, in het wandelen én in de liefde. Hoe deed dat haar nadenken over  verschillende filosofische definities van en overpeinzingen over vrijheid?

Jannah Loontjens is schrijfster, dichteres en filosofe. Zij promoveerde op haar proefschrift Popular Modernism. Ze geeft les en schrijft o.a. voor Trouw, De Groene Amsterdammer en NRC.

En verder in 2020:

21/1   Thijs Lijster:                          Kijken, proeven, denken: over kunst en esthetica

18/2   Marc Schuilenburg:             Hysterie, een cultuurdiagnose

17/3   Jeroen Linssen:                     Hebzucht, seks en macht

21/4   De blues en de filosofie:      een muzikaal/filosofische slotmanifestatie!

Houd onze website in de gaten voor het laatste nieuws, bv de nieuwe column van Rien vd Zeijden: Ik zijn is niet zijn.

De bijeenkomsten worden gehouden in Zalencentrum de Walrus, Grote Kerkstraat 10 Sneek. Entree € 7,50 – We starten om 20.00 uur.

IK ZIJN IS NIET ZIJN

Er zijn van die zinnetjes die de hele dag door je hoofd blijven spoken, gewoon omdat ze in één keer een hele gedachtewereld openen. ‘Ik zijn is niet zijn’ komt uit een gedicht van Fernando Pessoa (1888-1935), de dichter uit Lissabon die een ingekeerd en rusteloos leven leidde. Hij schreef onder talloze ‘heteroniemen’, fantasie-identiteiten waarbij hij als het ware aan zichzelf trachtte te ontsnappen. Men zegt dat hij als een soort sfinx door de straten van Lissabon wandelde. In één van zijn bekende gedichten schrijft hij:

Ik weet niet hoeveel zielen ik heb.
Telkens weer word ik ontbonden.
Het is alsof ik voortdurend wegeb.
Ik heb me nooit gezien of gevonden.

Dit levensgevoel staat wel erg ver af van onze zelfbewuste-ik-tijd. Wees jezelf broeder. Ontdek wie je werkelijk bent. Dan komt alles goed. Wij zouden Pessoa misschien wel een therapeut aanbevelen om wat stevigheid te krijgen. Om ‘zijn ware kern’ te leren ontdekken. Maar ‘jezelf zijn’ betekende voor Pessoa gevangen zijn. Gevangen in een ‘identiteit’, gevangen in een beperkte definitie van jezelf.

Een identiteit kan je opsluiten. De omgeving kan er zoveel druk op uitoefenen, er kunnen zoveel belangen mee gemoeid zijn, dat je je vereenzelvigt met een projectie van jezelf. Diepere lagen doen dan niet meer mee. Je gelooft in jezelf zonder de kwaliteit om dat zelf te verbinden met de mensen om je heen. Irritante kleine Trumpjes worden we dan. Er komt steeds meer ‘ik’ en steeds minder ‘zijn’.

Hoe vaker ik de gedichten van Pessoa lees, hoe meer ik begrijp van het ‘nobody’ zijn. Hij doet me aan het Boeddhisme denken. Onze innerlijke ruimte wordt in toenemende mate bedreigd door een zich suf reflecterende identiteit die ‘iemand probeert te zijn’. Ik moet me tot van alles en nog wat in en buiten mezelf verhouden. Volgens prof. Harry Kunneman leidt ons ‘zelf’ aan obesitas. We zijn log en vadsig geworden, dikke ikken in een tijd die schreeuwt om verbinding. Wat mij betreft proberen we het eens bij de Boeddhistische sportschool. De training gaat als volgt: Probeer na te gaan wat je denken stuurt en ontdek dat je er geen grip op krijgt. Daal af en ontdek dat je, waar je dacht dat jouw zelf zat, in een ondefinieerbare leegte terecht komt. Hoe verder je komt hoe meer projecties je van jezelf tegenkomt. Een ontmaskeringstraining. Ontdek dan met enige schrik dat er niemand thuis is. De cockpit is leeg! Zweten! En je wordt er slanker van.

Het idee dat alles een vaste kern heeft en dat al die kernen via bepaalde wetten op elkaar reageren, klopt niet meer. We hebben ontdekt dat in de natuur op een dieper niveau alles beweegt. Zoiets leert ons de quantummechanica… Niets blijft op zijn plaats. Alles is met alles verbonden. Zou het ook voor ons mensbeeld gelden? We zijn verbonden, misschien wel niet dankzij maar ondanks ons zelf.

Rien van der Zeijden

Column…

 “Wilde ik wel weer ‘es een column schrijven voor de Filosofenclub?” Jawel.

Maar bij nader inzien – je moet tenslotte bij alles eerst je grenzen in kaart brengen en bij de FC Sneek treden er genoeg competente filosofen op – moest ik me maar niet vertillen aan een columnpje over filosofie. Een filosofietje over columns past beter.

Een column, wat is dat? : een stuk in de krant, dacht ik, één kolom, langwerpig dus. Niet te lang, maximaal 500 woorden bijvoorbeeld, ondertekend, regelmatig verschijnend, kritisch of speels, anekdotisch verhalend ook wel. Zoiets.

Toen ik mijn eerste column voor de “Leeuwarder Courant” in druk zag, bleek die drie kolommen te beslaan. In maandblad “de Zakenspiegel” besloeg hij maar liefst een hele pagina!

Dat klopte dus al niet, maar ik begreep ook wel dat je als nieuwbakken stukjesschrijver niet meteen de redactielokalen kunt binnenstappen om uit te leggen dat de lay-out moet worden omgegooid. Bovendien: niet alles hoeft precies te kloppen in het leven en al helemaal niet bij columns. Columns zijn niet orthodox, columns zijn vrijzinnig. Er zijn er wel veel – misschien een beetje teveel. Er is een bonte rij van soorten en maten.

Speelse, creatieve stukjes – stof tot overpeinzing. “Schrijvend hardop denken over een actueel thema” zegt Elsbeth Etty. Mijn beeld is in mijn schrijvende vlegeljaren gevormd door Jan Blokker in de Volkskrant, Simon Carmiggelt in het Parool of Nico Scheepmaker. De laatste onder welk pseudoniem en in welk blad dan ook. Of later door fenomenen als Martin Bril, A.L. Snijders of Youp van ’t Hek. Er zijn deelterreinen met specialisten. Wouter Klootwijk is mijn absolute voedsel- en warenautoriteit. In een onnavolgbare stijl. En de sportwereld is prettig  toegankelijk met Marijn de Vries.

Niet alles wat er cursief of langwerpig uitziet is overigens meteen maar een column. Maar er zit nog altijd wel degelijk koren tussen het kaf. Het is te vinden: Verrukkelijke typeringen, originele waarnemingen, tot nadenken stemmende associaties. Een scherpzinnige blik vanuit een heel andere hoek. De werkelijkheid wordt een kwartslag gedraaid. Een originele belichting. Een hilarische beschrijving van een officiële gebeurtenis, een messcherpe analyse, onttakelende anekdotes; speelse, lichtvoetige oplossingen voor veel te serieus genomen non-problemen; vileine spot, een mooi idee, maar met een dubbele bodem.

Er wordt verwarring gesticht: ballen het veld ingerold terwijl de officiële bal ook nog rouleert. Er worden vliegers opgelaten, die misschien niet opgaan – maar dat zie je niet meteen. Er wordt gerelativeerd, gebadineerd en (sorry) ge-ontmythologiseerd.  

Je wordt op het verkeerde been gezet, maar dat heb je de volgende dag pas door. Overigens: Wanneer is een been eigenlijk verkeerd? Is er wel een verkeerd been? Of was dat nu juist het goede?

 Voer voor filosofen.

                                                            Hartkamp

Column: niet klagen maar dragen

Niet klagen maar dragen…

Niet klagen maar dragen, werd mij als kind verteld. Ik gebruik het hooguit nog met een ironische zucht.  Een stoffig advies uit een andere tijd. Niet klagen maar dragen is geworden tot: niet klagen maar oplossen. We hebben met Stephan Covey geleerd om de juiste vragen te stellen. Waar zit jouw invloed bij dit probleem? Voor welke acties kun je zelf verantwoordelijk zijn? Wees pro-actief en kom uit je slachtofferrol! Aan de slag en Erop af! Het zijn de mantra’s van een maakbare wereld.  Alles moet anders. Alles kan anders. Pieter Geenen weet deze tijdgeest fijntjes neer te zetten:

Trouw 14 januari 2019

Natuurlijk zijn veel mensen gebaat bij een opgewekte en op verandering gerichte begeleiding die niet bij de pakken neer gaat zitten. Toch raakt Pieter Geenen een snaar bij mij. Want de ‘blije coaches met een programma’ in deze strip zijn niet geïnteresseerd in Anton Dingeman. Wie een hamer is, ziet overal een spijker. Aandacht die zich direct richt op ‘het probleem’ of ‘herstel’ is geen aandacht. Coaches zijn geen reparateurs. Niemand wil een huisarts die nauwelijks opkijkt van zijn scherm, hoe prettig het ook is dat mijn ‘geval’ daar beschreven staat. De filosoof Awee Prins schreef onlangs in Trouw een artikel met de titel: Beter wordt het niet. Hij heeft het daarin o.a. over het ‘broze leven’. Broosheid kun je niet repareren. Toen na de dood van zijn vrouw hem het leven te zwaar bleef vallen, kreeg hij een ‘personal coach’ die hem de vraag wist te stellen: Waar ben je over twee jaar? Dit was zo’n coach met een programma. Vastzitten was voor deze coach geen optie. Hij kende blijkbaar alleen verandertaal. Geen zoekende, open taal, taal die kan wachten. Prins stelt in zijn artikel: ‘Het gaat in het leven niet om zegevieren, niet om ‘eruit te komen’, ‘er boven op te komen’. ‘sterker te worden’, om ‘persoonlijke groei’ te bereiken: geduld, doorstaan is alles.’

In deze mooi weer maatschappij lijkt zo’n woord als ‘doorstaan’ te passief. Het klinkt niet succesvol genoeg. Het lijden lijkt te moeten worden weg-gecoacht. Daarmee verhullen we onze handelings- verlegenheid bij de moerassige en niet-beïnvloedbare aspecten van het leven. Hoe duurzaam zijn onze oplossingen eigenlijk als er geen contact wordt gemaakt met die pijnlijke en moeizame onderstroom die het leven nu eenmaal kent voor veel mensen? Op veel momenten in mijn leven, dat ik naarstig naar een oplossing zocht, had ik veel aan de vraag ‘kun je het dragen?’ Daarmee leerde ik een moeilijke werkelijkheid te accepteren, een werkelijkheid waarvan ik ten diepste wist dat ik hem niet meer kon veranderen. Een goede coach is present, vangt de grondtonen van onmacht en eindigheid op achter de vraag naar concrete oplossingen. Zo’n coach durft er bij te blijven, aandachtig en programma-loos. Vaak is dat genoeg.

Rien van der Zeijden

Nieuwsbrief december 2018

Een denkbare toekomst…

Het filosofisch café Sneek pakt de eerste helft van 2019 uit met een paar prachtige avonden. Wij hopen dat we u hiermee voldoende filosofisch gereedschap bieden om naar belangrijke maatschappelijke thema’s te kijken. Noteer ze alvast in uw agenda!

15 januari – Rien van der Zeijden – De oude wijsheid van het labyrint

Een hele stoet van coaches vertelt ons tegenwoordig dat we onze ‘eigen weg’ moeten kiezen en dat we onze uniciteit, onze ‘diepste kern’ moeten ontdekken om echt gelukkig te worden. Wordt ons hier niet een worst voorgehouden? Is dit een verleidelijke illusie in een tijd van protocollen, taakomschrijvingen en ‘voor jou een ander als het niet meer gaat…’? En hoe zit het met ons overvraagde ZELF? hoe denken filosofen daarover? Wat is dat toch? Dat wat we zo dicht bij ons dragen, wat ons richting lijkt te geven en waar we tegelijk altijd naar op zoek blijven?

Theoloog, coach en ritueelbegeleider Rien van der Zeijden heeft achterin zijn tuin al jaren een labyrint. Spelend met bovenstaande vragen neemt hij ons mee in een filosofische, muzikale en rituele zoektocht naar ‘de weg’. Hij doet dat samen met harpiste Marga Medema.

19 februari – Martien Schreurs –  Opleiding tot ‘mens’?

Hoe kunnen wij kinderen en jongeren vormen tot burgers die hun verantwoordelijkheid nemen voor zichzelf, hun medemensen en de wereld? Wat willen wij ze echt meegeven in het onderwijs en in de opvoeding? Ouders, jongerenwerkers en docenten worstelen met deze zeer actuele vragen.  

Er is een lange traditie van pedagogen die wegwijzers bieden voor mensen die volwassen willen worden. Die traditie wordt met de term “Bildung” of “vorming” aangeduid. In de humanistische Bildungstraditie gaat het om het streven om onze betrokkenheid op elkaar en op de wereld te vergroten en te verdiepen. De humanistische denker Martien Schreurs (Universiteit voor Humanistiek) zal bij deze traditie te rade gaan om antwoorden te vinden op de vragen van deze tijd.  

19 maart – Jan Flameling – Klimaatverandering, wat te doen?

Wij leven in het antropoceen: het tijdperk waarin de mensheid als nooit tevoren zijn invloed op de aarde laat gelden. Die invloed heeft catastrofale gevolgen: het stijgen van de zeespiegel, klimaatopwarming, meer broeikasgassen en het uitsterven van soorten zijn slechts enkele voorbeelden.

Hoe het tij te keren? Hoe een homo ecologicus te worden? Wat te doen?

In zijn lezing laat de filosoof Jan Flameling je kennismaken met Peter Sloterdijk die ons voorstelt ons niet langer als ‘enkeling’ en onverschillig toeschouwer op te vatten, met Timothy Morton die in zijn boek Ecologisch wezen ons vraagt op een andere manier om te gaan met niet-menselijke wezens en met Thich Nhat Hanh die ons oproept wakker te worden en vanuit liefde voor ‘Moeder Aarde’ te leven.

16 april – Ronald Hünneman – Welwillendheid

Begrijpen wat een ander bedoelt vanuit haar of zijn denkkader is niet toereikend in situaties waarin de meningen sterk uiteen lopen. Ronald Hünneman zal betogen dat het principe van welwillendheid een grotere overgave verlangt. Het principe werd in de filosofie voor het eerst duidelijk beschreven door Donald Davidson, en later door anderen, zoals Richard Rorty, gebruikt om communicatieve, intermenselijke confrontaties te analyseren. Wat betekent dit als we dit toepassen op hedendaagse discussies en maatschappelijke, politieke conflicten?

Filosoof gaat het theater in!

‘Filosoof en theatermaker Ronald Hünneman is weer eens vrijgezel en begint op Tinder een zoektocht naar een aantrekkelijke vrouw met gevoel voor ironie…’ Zo begint de aankondiging van DE FLUTFILOSOOF, een theaterproductie door Ronald Hünneman (onze spreker op 16 april). Hiermee toert hij door Nederland. Op 2 april is hij te zien in Cultuurkwartier Sneek. We houden u op de hoogte.

Column

‘Juist omdat het nu zo donker is, kan het straks weer licht worden…’

Lees de nieuwste column van Martien Schreurs (onze spreker op 19 februari) op de website.

Het team van het Filosofisch Café Sneek wenst u een luisterrijk 2019 toe! Het team bestaat uit: Anna Riemersma, Rien van der Zeijden, Piety Andela, Jans Groothuis, Wiekie vd Sluis, Durk van Netten, Afke de Vries en Rik de Jong

Column: Juist omdat het nu zo donker is, kan het straks weer licht worden!

Door Martien Schreurs, docent aan de Universiteit voor Humanistiek.

Ik schrijf deze column in de laatste week voor de kerstvakantie en het is moeilijk om mijn stemming niet door het slechte weer te laten beïnvloeden. Het weer voelt als, om met mijn geliefde Russische schrijver Aleksandr Zinovjev te spreken, “een eindeloze herfst die in een eindeloze winter overgaat.” Terwijl er overal om ons heen reclame- en televisiebeelden verschijnen van mensen die elkaar op besneeuwde straten en pleintjes in de armen vallen, hoef je maar even naar buiten te kijken om te beseffen dat het daar koud, donker en winderig is. In deze donkere dagen vraag ik mij af hoe het leven na de feestdagen verder zal gaan,

Tijdens de onbarmhartige feestdagen wordt weer eens duidelijk hoe scherp de tegenstellingen zijn tussen mensen die tegen hun zin alleen zijn en mensen die het grote geluk hebben om als gemeenschapsdieren samen te leven. Het kerstfeest mag dan voor de meeste mensen knus en gezellig zijn, maar de eenzame mensen worden tijdens de feestdagen wel erg hard met hun neus op de feiten gedrukt. Een Amerikaanse dame die vlak voor de kerstdagen door haar vriend verlaten was, vertelde ooit tegen mij dat ze toen een grote dosis slaappillen had geslikt om zich tijdens die kerstdagen niet zo eenzaam te hoeven voelen. Daarna ging het gelukkig weer beter met haar, maar haar trieste kerstverhaal zal ik nooit vergeten. Hoeveel mensen zullen zich tijdens de feestdagen eenzamer voelen dan gewoonlijk? Wij voelen allemaal de dwang om onze geliefden tijdens de feestdagen op te zoeken. Maar stel dat je niemand weet naar wie je toe kunt gaan? Natuurlijk weten wij dat wij onszelf voor de gek houden, maar toch hoor ik weinig mensen zeggen dat we die feestdagen beter af kunnen schaffen. Waarom koesteren wij die feestdagen? Wat is de zin van deze traditie?  

Het lijkt zo evident en logisch dat het kerstfeest in onze seculiere tijd zal verdwijnen, maar het tegendeel is eerder waar. Hoewel er weinig mensen zijn die in de diepere religieuze betekenis van het kerstfeest geloven, blijft het kerstfeest mateloos populair. De feestdagen vieren wij als een cultus van een gezamenlijkheid zonder inhoud. Overal vallen kaartjes met kerstwensen in de brievenbussen en in alle organisaties worden nieuwjaarborrels georganiseerd. Op zichzelf is daar niets mis mee, want de meeste mensen hebben nu eenmaal een feest of een verzetje nodig om deze donkere dagen door te komen.

“Maar”, zo zeg ik nu tegen mijzelf, “laat de mensen toch alsjeblieft vrij om zich met hun kerstkitsch te vertroetelen!” Wie ben ik om daar iets van te zeggen?  Mensen verlangen er nu eenmaal naar om aan het einde van de donkere tunnel het licht te zien. Zo wordt het kerstfeest niet voor niets een lichtfeest genoemd. De oude Herodotus al schreef al dat een leven zonder feest lijkt op een wandeling zonder herberg. Alleen al om deze reden zal het Christendom altijd blijven voortleven in onze cultuur. Dankzij het Christendom zijn er überhaupt nog een paar vrije dagen waarin we even vrijaf krijgen van onze dagelijkse werkstress. Toch denk ik dat deze fopspeen niet lekker genoeg is om de moed erin te kunnen houden, want het duurt na de jaarwisseling wel erg lang voordat de dagen lichter gaan worden. Hoe komen wij die donkere dagen heelhuids door? En hoe kunnen we voorkomen dat wanhopige mensen in deze donkere dagen zelfmoord gaan plegen?  

            Als ik ooit verlicht despoot van Nederland mag worden, dan zou ik de mensen grootstere perspectieven en uitzichten proberen voor te houden dan de valse hoop waarmee wij ons nu op de been proberen te houden. Nu lijkt het alsof wij die vrije dagen en vakanties vooral gebruiken als adempauzes om fit te blijven tijdens onze lange werkdagen. Op dezelfde manier beoefenen wij een sport of meerdere sporten om ons des te fanatieker dood te kunnen werken. Want laten wij eerlijk zijn: wij werken niet om te leven, maar wij leven om te kunnen werken. Zolang wij in deze omgekeerde wereld blijven leven, “strompelen wij” in de prachtige woorden van de Russische schrijver Alexander Herzen “als slaapwandelaars door het leven en sterven in bedwelmende walm van flauwekul en onnozelheden.”

            Mocht ik ooit verlicht despoot van Nederland worden, dan zou ik de mensen graag hoopvollere perspectieven op een zinvol leven in humane organisaties willen bieden. Voor mij is het niet de voorbeeldige persoon Jezus Christus, maar de humanistische filosoof Cusanus die ons hier de weg kan wijzen. Op maandag 10 december bespraken wij in onze filosofische leesgroep het boek De leek over de geest en ik bewonderde hierin de speelse en sprankelende manieren waarop abstracte filosofische bespiegelingen worden uitgeprobeerd op een zogenoemde leek die uiteindelijk beter in staat blijkt te zijn om de filosofische kwesties te doordenken dan de filosoof die in abstracties blijft hangen.

Tijdens het lezen van deze dialogen tussen de filosoof en de leek moest ik onweerstaanbaar terugdenken aan de enige echte les die ik in de tientallen autorijlessen van mijn incompetente rij-instructeurs geleerd heb. Met hun armzalige didactische vermogens hebben die instructeurs mij nooit kunnen leren hoe ik veilig in een auto kan rijden, maar toch hebben deze leken mij onbedoeld meer over het leven geleerd dan alle professionele pedagogen die in mijn lange leven met groot didactisch vernuft op mij in hebben gepraat. Deze belangrijke les was dat ik verder moest leren kijken dan het dichtstbijzijnde. Je moet letterlijk door de ramen van de dichtstbijzijnde auto’s heen kijken om overzicht over het verkeer te krijgen. Je moet dus letterlijk en figuurlijk in de verte kijken om je niet blind te staren op de situatie waarin je bij wijze van spreken gevangen zit.

Toen ik met groot enthousiasme tegen mijn rij-instructeur vertelde dat ik zijn instructie begreep als een metafoor voor het leven, keek hij mij niet begrijpend aan. Ik voelde zijn irritatie en het was mij duidelijk dat wij op een verschillend spoor zaten. Natuurlijk wist ik dat ik ongeschikt ben om chauffeur te worden, maar dat maakt mij nog niet ongeschikt voor het leven. In de wereld van het leven gelden ook andere regels dan in het verkeer. Mocht ik ooit  verlicht despoot van Nederland worden, dan zou ik niet alleen verkondigen dat auto’s en het jaarlijkse vuurwerk afgeschaft moeten worden, maar mijn belangrijkste dictum is dat je altijd verder moet kijken dan de situatie waarin je verwikkeld zit. Een van de meest geestdodende uitspraken die ooit door een canonieke filosoof gedaan zijn, komt van Ludwig Wittgenstein die aan het begin van zijn Tractatus schreef: “de wereld is alles, wat het geval is.”

Nee, onze wereld krijgt juist zin doordat wij verder kunnen kijken dan datgene wat het geval is! Blijf dromen, maar droom alsjeblieft niet van een witte kerst! Het is hoog tijd om onze fopspenen aan de wilgen te hangen! Onze dromen zijn pas inspirerend als we die met de weerbarstige realiteit kunnen verzoenen. In de praktijk van het leven moet je van perspectief leren wisselen. Het gaat met andere woorden om de zoektocht naar de menselijke maat. 

Zo onderwees de voorbeeldige Renaissance-filosoof Cusanus halverwege de vijftiende eeuw dat een mens onmogelijk buiten zijn of haar eigen referentiekader kan denken. Dus uiteindelijk kom je toch jezelf toch weer tegen wanneer je de grenzen van je denken bereikt denkt te hebben. In die geest laat Cusanus zien hoe de uniciteit van het individu en de oneindigheid van de kosmos verbonden zijn. Het allerkleinste verwijst naar het allergrootste en vice versa. De microkosmos is een spiegel van de macrokosmos. De levensles die ik aan alle mensen mee zou willen geven als ik ooit verlicht despoot van Nederland mag worden, is deze ene keer helemaal in harmonie met wat de volksmond op haar heldere momenten zegt: “wie het kleinste niet eert, is het grootste niet weerd”. Laten we Cusanus’ beroemde leer van het samenvallen van tegendelen, de coincidentia oppositorum, als leidraad kiezen om onze eigen unieke weg in het raadselachtige leven te vinden. Alles hangt met alles samen. Juist omdat het nu zo donker is, kan het straks weer licht worden!

Martien Schreurs,

Column: Durf ‘niemand’ te zijn….

In een artikel in Trouw, met de intrigerende titel ‘te zwaar om iemand te zijn’, geeft cultuurfilosoof Maarten Coole zijn visie op de steeds vaker voorkomende burn-out bij jongeren. Hij betoogt dat dit niet te maken heeft met werkdruk maar met de druk om een ‘identiteit’ te hebben. Je moet een verhaal over jezelf hebben en een burn-out treedt op als je het verhaal over je eigen identiteit niet meer vol kunt houden. Jongeren, en ik denk dat dit voor veel meer mensen geldt, moeten hun persoonlijke verhaal voortduren updaten om te zorgen dat ze interessant blijven voor andere mensen. Naast de mooie invalshoek zit er ook iets vreemds aan dit verhaal. Want een ander kan natuurlijk helemaal niet jouw identiteit bepalen. Als dat gebeurt, gaat het over imago. Je imago is hoe jij wordt ervaren en hoe jij daar eventueel mee speelt naar de buitenwereld. Imago komt van buiten. Je identiteit komt van binnenuit. Identiteit is het meest kostbare en meest persoonlijke van jou. Er is niets op tegen om over je imago te denken maar ik denk dat de druk waaraan we leiden vooral daar vandaan komt. Er ontstaat een krachtige lijn als identiteit en imago elkaar versterken. Er ontstaat een drama als jouw imago is losgekoppeld van je identiteit.

Er is veel ‘identiteitsdenken’ om ons heen. Identiteit is letterlijk een containerbegrip waar iedereen zijn en haar projecties in werpt. Het probleem begint volgens mij als we identiteit als een ‘ding’ gaan zien, iets wat je kunt vaststellen. Zodra je het begrip met ‘weten en meten’ gaat benaderen glipt het uit je vingers. Het onderwerp vernietigt zichzelf door de methode waarmee je ernaar kijkt. Veel denkers hebben dit al benoemd als ‘Newtoniaans denken’. Het idee dat alles een vaste kern heeft en dat al die kernen via bepaalde wetten op elkaar reageren, klopt niet meer. We hebben ontdekt dat in de natuur op een dieper niveau alles beweegt. Alles is met alles verbonden. Wie inzoomt en isoleert blijft achter met een teleurstellende leegte. Dit denken wordt op veel meer terreinen toegepast tegenwoordig en dat vind ik een hele opwindende ontwikkeling. Ook in het denken over onszelf komen we dit tegen. Wie maar blijft afdalen in zichzelf, heeft uiteindelijk de ervaring dat er niemand thuis is. Het ontdekken van die ‘leegte’ is een noodzakelijke fase. de Boeddhisten noemen het de Boeddha-natuur. Wie dat aan durft te gaan ontdekt hoe we geneigd zijn om alles te fixeren, om ons met van alles en nog wat te vereenzelvigen, ‘identiteiten’ aan te trekken. We projecteren van alles op ons innerlijke scherm maar wie zijn wij? Dat scherm zelf? Als ik in een gesprek met een ander leeg durf te zijn, niet zo focus en analyseer, ontdek ik dat die ander ook in mij verschijnt. Ik ben die ander. Ik ben verbonden op een veel dieper niveau dan ik doorgaans besef. Dat is hard nodig want de polariserende dynamiek om ons heen scheidt, put uit en zorgt voor schijnidentiteiten.

Rien van der Zeijden