Column 18 Vakantie is ook filosoferen

De vakantietijd is bijna al weer voorbij en we maken ons weer op voor het oppakken van de routine die door veel mensen even wordt losgelaten. Het lijkt net of in de zomermaanden het leven even kalmer aan geleefd wordt. Zo worden in de zomer ook veel vakanties gepland: er even tussen uit. Waar tussenuit?

Als de vakantie bedoeld is om uit de sleur te komen, je te laven aan de zon en het exotische ver weg, zodat je alles even los kunt laten, lukt dat dan ook? Helaas vinden we niet altijd wat we ver weg menen te zoeken. Het paradijs blijkt toch niet zo paradijselijk te zijn, want zon en zee zijn wel mooi, maar eigenlijk verveel je je en komen de problemen die je gehoopt had thuis te laten ook hier weer voor het licht. Je kun niet op vakantie gaan zonder jezelf thuis te laten. Sterker nog, op vakantie ben je vaak meer zelfbewust dan in de sleur van alledag. Juist omdat de sleur ontbreekt, kun je je richten op jezelf en is het te warm of te koud, is het net niet comfortabel genoeg, zijn we vermoeidheid, heb je last van heimwee, ofwel je zit jezelf in de weg.

Reizen is volgens Alain de Botton een levenskunst die niet iedereen beheerst. Het plannen van een vakantie is een vorm van praktische filosofie. Niet blindelings de brochures volgen en vertrouwen op het paradijs dat zij beloven, maar bewust reizen en bij de voorbereiding jezelf afvragen ‘wat zoek ik en heeft het landschap mij dat te bieden en zo ja, hoe vind ik dat daar?’ Je zou dan zomaar het paradijs in Friesland kunnen vinden. Beheerst u die levenskunst al?

Anna Riemersma

Nieuwsbrief 19, Februari 2017

Gaat de moraal het winnen van de rancune?

Sybe Schaap spreekt op 13 maart in ons Filosofisch café. Hij is politiek filosoof en namens de VVD lid van de eerste kamer.

In zijn laatste boek ‘Rechtsstaat in verval’ (2016) schetst Schaap de sluipende omwenteling die zich, in zijn ogen, voltrekt in het hart van onze democratische rechtsstaat. Een proces dat zich, zo meent de auteur, als rot invreet in onze sociale en politieke instituties. Kon je van het nazisme en communisme nog zeggen dat het van ‘buitenaf’ kwam, het populisme is, naar de smaak van Schaap, een kracht die van binnenuit de samenlevingsorde ondergraaft. En is daarmee, in zijn ogen, qua tactiek vergelijkbaar met de linksradicale vernieuwingsbeweging uit de jaren zestig en zeventig. ‘Over de lange mars door de instituties’ is de ondertitel die Schaap zijn boek heeft meegegeven. Het was in de jaren zestig het gevleugelde adagium van politieke activisten als Rudi Dutschke c.s, die met hun neo-marxistische vernieuwingsbeweging de macht van partijen, vakbonden, media, maatschappelijke organisaties en ambtenarij wilden uithollen in naam van de vrijheid. Volgens Schaap is de PVV met een vergelijkbare mars bezig, waarmee de partij deel uitmaakt van een brede politiek-maatschappelijke beweging. De opkomst van het populisme is volgens Schaap eveneens te wijten aan het neoliberalisme en het postmodernisme. Hij hekelt het vijanddenken dat populistische partijen propageren. De boosheid onder de burgers wordt alsmaar meer aangewakkerd. De rechtsstaat wordt ontkend en daarmee aangetast. Met name dat laatste baart Schaap zorgen. De instituties en de waarden die de rechtsstaat schragen en die zorgvuldig zijn opgebouwd, worden door het populisme ondermijnd. Tegen dat gevaar wil Schaap met zijn boek waarschuwen. Schaap hoopt dat de moraal het weer gaat winnen van de rancune en dat mensen overtuigd raken van het belang van een institutioneel geordende samenleving, alleen dan is er kans op een ommekeer.

2017 voortvarend gestart!

Al weer twee avonden liggen achter ons. Op dinsdag 10 januari jl. spraken we onder leiding van filosoof dr. Pieter Boele van Hensbroek over democratie. Burgers stellen democratie zeer op prijs, maar lijken zich af te keren van de politiek. Bieden een ander kiesstelsel, meer burgerparticipatie en referenda misschien verbetering? Door globalisering, Europa en migratie verliest de nationale democratie haar contouren. En willen burgers eigenlijk wel voortdurend meedoen? Onze cafébezoekers hadden volop vragen en opmerkingen. Kortom, een interessante filosofische avond, voor herhaling vatbaar.

De denkster

Op dinsdag 7 februari verraste Jan Keij ons met een gloedvol betoog over Levinas. Levinas tart ons westerse denken door het ‘andere’ en de ‘ander’ centraal te stellen. Met rake teksten uit de literatuur en eenvoudige voorbeelden uit het dagelijks leven maakte Jan Keij aannemelijk dat die ander ons niet onberoerd kan laten en fundamenteel is in onze menselijke conditie. We zijn niet op onszelf. We kunnen de ‘roeping’ van de ander niet negeren als we gelukkige mensen willen zijn.

‘Je kunt de lucht niet bezitten’

Deze gedachte staat aan de basis van de beroemde toespraak van Chief Seattle in 1854. Die toespraak wordt opnieuw tot leven gebracht op dinsdag 28 februari in de Zuiderkerk in Sneek. We kregen op de laatste café-avond diverse verzoeken om meer informatie over de avond. En, hoewel niet georganiseerd door het Filosofisch Café, belooft dit een bijzonder inspirerende avond te worden. Acteur, dansmeester en coach Jan Pieter van Lieshout verbindt met zijn performance deze negentiende-eeuwse toespraak met onze tijd. Nog steeds denken we de aarde, de lucht en elkaar te kunnen bezitten! In een tijd van polarisatie en verschansing achter de dijken is het thema van de verbinding bijzonder actueel. Adres: Rienck Bockemakade 7. Aanvang: 20.00 uur. Toegang: € 7,50. Georganiseerd door de vrijmetselarij Sneek, is de avond bedoeld voor een groot publiek. Aanmelden: info.loge277@vrijmetselarij.nl

En wat staat ons nog meer te wachten!

Op 4 april spreekt Ronald Hunneman over ‘kunsten maken denken’

De filosoof Ronald Hunneman is een oude bekende in ons café. Hij deelt in april zijn nieuwste bevindingen met ons n.a.v. zijn proefschrift. Kunsten zijn meer dan decoratie. Goede kunstwerken bepalen het denken van kijkers en luisteraars.

Het Filosofisch Café vindt plaats in
Zalencentrum de Walrus, Grote Kerkstraat 10 Sneek. 
Entree € 7,50-
We starten om 20.00 uur.

Column 17 De Wachter

Kent u dat? Dat activiteit-loze staren uit je raam? Vorige week was het er weer. Het is geen mediteren. Geen ‘verdiende rust’. Geen voldaan gevoel. Het heeft zelfs een licht paniekerige ondertoon. Ik moet aan ‘iets nieuws’ beginnen. Mijn leven ‘moet’ betekenis hebben. Straks is er weer die receptie, die netwerkborrel, die vraag waar ik mee bezig ben..

Nynke Laverman heeft in onvertaalbaar mooi poëtisch Fries een lied over De Wachter geschreven. Op Oerol maakte ze er een onvergetelijke voorstelling van. Onverwacht zal het komen, zingt ze, onverwacht. En even later: ik ben de wachter vergeten. De wachter in mezelf….verraden….in de hoek gesmeten.

Waar wacht ik op? Wie en wat laat ik voorbijgaan? Waarom blijf ik maar zitten? Ben ik depressief? Waarom glijden de credo’s van deze tijd opeens als water van mijn rug af: ‘beweeg.. verander..je hebt het zelf in de hand..!’ Er komt een moment dat je dit niet meer gelooft. Maar het uit zich in een wankelbaar wachten, een verlangen naar een dieper niveau.

Unferwachts

sil it komme

Unferwachts

Dan komen de stemmen. Elke wachter kent ze. De vernietigende kracht van het oordeel dat zich naar binnen keert. De anderen zijn succesvol. Jij mist iets. Ze vertellen het je niet. Je zit hier maar zinloos te staren. Oordelen zijn als giftige dampen. Op zijn best zijn het snel voorbijdrijvende wolken die beter weer voorspellen. Of toch niet?

Unferwachts

sil it komme

Unferwachts

Blijf zitten en wacht tot het komt. Tot je gloeit van binnen. Tot je gevuld wordt met schoonheid. Weersta de verleiding van het surrogaat. Sluit geen compromis. Hoed je voor de schijnbeweging, de luchtspiegelingen die de actie veroorzaakt. Zit stil en kijk naar je innerlijk als een visser naar zijn dobber. Versterf in je aandacht, vereenzaam in je alertheid. Niets leid je af. Je bent bereid niets te worden.

Wês wach

Wês wachter

Wachter yn ferwûndering

Wachter yn bysûndering

Dan, toch nog onverwacht, staat de wachter in mij op. Is er iets veranderd? Hoe weet hij dat het gekomen is? Wie stuurt hem? Hij vult zijn longen met de nieuwe lucht en gaat zijn eigen weg. In volmaakte  vanzelfsprekendheid.

Rien van der Zeijden

Column 16 Gelukkig nieuwjaar?

Januari al weer. Een nieuwe maand, een nieuw jaar en de tijd van de nieuwjaarswens. We wensen elkaar veel toe: gezondheid, mooie momenten, rust, blijdschap, succes, zorgzaamheid, blijheid en vooral geluk. Maar wat betekent dat eigenlijk? Wat wens je de ander toe als je hem geluk wenst?

Als je mensen vraagt wat hen gelukkig maakt, zijn de antwoorden vaak de liefde van de mensen om je heen, dat het goed gaat met je kinderen, dat je lekker in je vel zit, dat het goed op je werk of school gaat, het één zijn met de natuur. Dit zijn echter allemaal voorbeelden van momenten van geluk en misschien wel belangrijker: ze zijn allemaal subjectief. Op deze manier bekeken is een gelukswens inhoudsloos, zolang je er geen persoonlijke boodschap bijvoegt. Ik wens je veel gelukkige momenten met je wandelingen in de bossen! Hiermee geef je niet alleen inhoud aan geluk, maar geef je ook aan de ander te kennen en erkennen.

Kan er wel een objectieve definitie van geluk worden gegeven? Aristoteles stelt dat een mens pas gelukkig kan zijn als zijn leven gelukt is. Gelukt in de zin van het optimaal functioneren van de rede dat het karakter heeft van filosofische beschouwingen. Kunnen dan alleen filosofen gelukkig zijn? Het zou zo maar kunnen, want het mooie is dat er in ieder van ons een filosoof schuilt. Soms komt de filosoof in ons naar voren als we vragen stellen, als we verwondert zijn en als we de gegeven antwoorden niet zomaar accepteren. Laat die filosoof in u vaker naar voren komen en dan kunt u zeggen dat u dit jaar een stap heeft gezet naar een gelukt leven. Wie weet wordt u zelfs gelukkig.

Ik wens u in 2017 vele gelukkige momenten met de wijsgerige activiteiten!

Anna Riemerma

Nieuwsbrief 18, december 2016

Terugblik filosofieavond met Jan Flameling

Dinsdag 15 november jl. filosofeerde Jan Flameling uit Amsterdam over het thema ‘Naar het lichaam luisteren’. Uitzonderingen daargelaten heeft de filosofie emoties altijd wantrouwend bejegend en ze grotendeels verwezen naar het onbeduidende domein van de dieren en het vlees. Emoties waren te subjectief, te vluchtig en te vaag: emoties stonden tegenover de rede. Deze opvatting uitte zich in een lichaamsvijandelijke  houding.  Het is Antonio Damasio die via publicaties als ‘De vergissing van Descartes’, ‘Het gelijk van Spinoza’ en ‘The feeling of what happens’ aangeeft hoe gevoel én lichaam samen met de rede  ons bewustzijn vormen. Daarvoor had Friedrich Nietzsche het lichaam zijn terechte plaats al weer teruggegeven.

Tegenwoordig beginnen filosofen als het ware opnieuw, nu  er van uitgaande  dat vrijwel alle werkelijke of herinnerde voorstellingen gepaard gaan met een reactie in de emotionele machinerie: sterker, voor de motor van de rede is emotie vereist, vandaar dat de rede zelf vaak slechts een bescheiden rol speelt. Filosofen als Emmanuel Levinas, geïnspireerd  door Martin Heidegger, schrijft  in ‘Het menselijk gelaat’ over aandachtig aanwezig zijn en openheid voor de ander. Dit onder het mom ‘de ander in ons’. De oosterse filosoof en boeddhist Thich Nhat Hanh geeft praktische ideeën die angst, woede en verdriet tegengaan om zo ‘de kunst om in aandacht te leven’ te oefenen.

10 januari: Alternatieve vormen van democratie: misleidend of bevrijdend?

De discussie over onze democratie zit vol tegenstrijdige claims. Luid klinkt in de media dat het huidige systeem ernstig faalt en aan revisie toe is; toch meten politicologen een grote en niet afnemende steun voor ons systeem onder de bevolking.
Het referendum zou tot ‘echte democratie’ leiden, toch kent de geschiedenis vele huiveringwekkende voorbeelden van referenda. Alternatieve vormen van democratie op lokaal niveau (bijvoorbeeld G 100, deliberatieve peilingen, lotingsdemocratie) worden uitgeprobeerd:
is dit het begin van nieuw leven in de democratische samenleving, of is het gerommel in de marge terwijl de sluwe macht van het geld en de media juist onaangetast blijft? Kunnen we enige orde brengen in deze rommelige discussie?

Filosoof dr. Pieter Boele Van Hensbroek van de Universiteit van Groningen (Globalisation Studies) gaat dieper in op reële alternatieve vormen van democratie op lokaal niveau, vormen die mogelijk meer aan de veranderde eisen van deze tijd voldoen. Kom,  denk en praat mee!

7 februari: Jan Keij over Levinas

Jan Keij studeerde tijdens zijn werk als onderwijzer filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Na zijn afstuderen (cum laude) promoveerde hij op de filosofie van de Franse filosoof Emmanuel Levinas (1906-1995).

We ervaren in de relatie tot de ander allereerst en meteen dat we verantwoordelijk zijn voor die ander.
Jan Keij toont dat in zijn lezing aan door allereerst aan te sluiten op de alledaagse praktijk. Hij geeft aan hoe alleen al het loutere feit dat iemand in mijn buurt komt, kan leiden tot een ‘automatische’ focus op die ander: we ervaren dat in bijvoorbeeld de drang iets te zeggen. Die drang iets te zeggen analyseert hij als een uitdrukking van mijn ‘instaan voor de ander’. Levinas noemt dit ‘appèl’: geroepen worden. Diverse voorbeelden en fraaie literaire uitspraken in de lezing van Jan Keij zullen dit bevestigen.

13 maart: Sybe Schaap over onze rechtsstaat
Donkere wolken lijken zich samen te pakken boven onze democratische rechtsstaat. Deze dankt zijn bestaan aan een langdurig ontwikkelingsproces. De rechtsstaat biedt de mens emancipatie, rechten en vrijheden. Deze verworvenheden houden alleen stand als ze hun basis vinden in een institutionele orde. Echter, de institutionele orde, en daarmee de democratische rechtstaat, is in verval. Hét symptoom van dit verval is het populisme. Sybe Schaap geeft deze waarschuwing af in zijn nieuwste boek dat hij in Sneek komt toelichten. Als het u bevalt kunt u ter plekke een exemplaar kopen in ons café.

4 april: Ronald Hunneman over ‘kunsten maken denken’
De filosoof Ronald Hunneman is een oude bekende in ons café. Hij deelt in april zijn nieuwste bevindingen met ons n.a.v. zijn proefschrift. Kunsten zijn meer dan decoratie. Goede kunstwerken bepalen het denken van kijkers en luisteraars.

Het Filosofisch Café vindt plaats in
Zalencentrum de Walrus, Grote Kerkstraat 10 Sneek.
Entree € 7,50-
We starten om 20.00 uur.

Column 15: Voorzichtig, breekbaar!

Er wordt heel wat afgefilosofeerd, gediscussieerd, – geschreven, -getobt en –gezeurd over ons parlementair democratisch systeem. Dat mag ook best: het is er belangrijk genoeg voor. Mondiaal gezien is het een schaars goed dan wel een jong en teer plantje.

Wij kunnen bij verkiezingen vrijuit en onbespied uit een scala van politieke programma’s kiezen, we hebben een kieswet die nog dikker is dan de grondwet zelf en die garandeert dat het eerlijk toegaat – dat zit allemaal wel snor tot en met de kwaliteit van het rode potlood.

Maar dit alles gaat er wel stilzwijgend van uit dat er partijen zijn. Dat zijn verenigingen van mensen die goeddeels hetzelfde willen met de samenleving, die beginsel- en actieprogramma’s maken, geschikte mensen zoeken om kandidaat te stellen en die dat hele circus verder regelen. Dat doen vrijwilligers. Zeg maar: de mantelzorgers van onze democratie.

Daar zit wel de Achillespees. Want functioneren die clubs nog wel? Hoe representatief zijn ze? Er zijn er bij die je niet zou oprichten als ze er niet al waren; er zijn er ook bij waarvan je je afvraagt of ze zich niet wat slordig melden als “Politieke Partij” omdat niet direct helder is wat ze nu eigenlijk toevoegen en namens wie.

Er zijn maar weinig burgers lid van een politieke partij. Bij gemeentelijke verkiezingen spelen lokale partijen, zich profilerend met een enkel item een flinke rol. Andere methoden van raadpleging van de burgers komen op: directe democratie, waarbij niet de volksvertegenwoordiging, maar de massaliteit van kiezers besluiten neemt op ja/nee vragen. Er loopt nu zelfs een grapjas rond die wel vier keer per jaar referenda zou willen houden. Dat kon wel eens heel anders door de burger worden beleefd. Die moet voor gemeente, provincie, waterschap, parlement en Europa toch al vijf keer in vier jaar opdraven –nog afgezien van tussentijdse extra verkiezingen bij een crisis. Als daar nog allerlei referenda bijkomen konden “hardwerkende” kiezers wel eens zeggen: jongens, we geven jullie 1x per 4 jaar mandaat en jullie doen verder je best maar. Wij komen niet voor ieder akkevietje opdraven. Daar hebben we jullie voor ingehuurd. Wij blijven niet aan de gang. “Kiesmoeheid” heet dat en tenslotte blijven burgers meer en meer weg bij “echte” verkiezingen.

Bij de laatste twee referenda (over Ukraïne en Brexit) merkte de kiezer al gauw dat je in de politiek meer smaken nodig hebt dan ja en nee. Velen kregen achteraf pas scherp waar ze precies voor of tegen waren geweest.

In het streven burgers rechtstreeks bij de politieke besluitvorming te bereiken is ook de “lottocratie” bepleit – een systeem waarbij loting bepaalt welke burgers deelnemen aan de besluitvorming.

Het is goed om naast het kiesrecht methoden te ontwikkelen om bij de voorbereiding of uitvoering van het beleid uit te vogelen wat de burgers belangrijk vinden. Er is van alles op die markt: Inspraakavonden, adviesraden, wijkpanels, buurtonderzoek, open huizen, internetpanels, en professioneel marktonderzoek.

Als maar helder is wat besluitvorming is en wat raadpleging. Zodra iemand iets over mij besluit wil ik hem namelijk verantwoording kunnen vragen. Dat is de kern van de democratie: geen macht zonder verantwoording.

Het lijkt me namelijk geen geslaagd idee dat de cassiere van mijn buurtsuper (een hele goede overigens) de ratificatie van internationale verdragen voorgelegd krijgt. En als ik mijn auto naar de garage breng voor een reparatie, heb ik ook liever niet dat degene die hem gaat repareren bij loting uit het personeel wordt aangewezen: voor een veilige bestuurbaarheid van mijn auto heb ik liever een ervaren monteur dan een prima boekhouder. Dat geldt evenzo voor de bestuurbaarheid van mijn gemeente. Ieder zijn vak.

Pimp the good old inspraak maar. Die kan best beter. Maar tast ons –nog oudere- stelsel van democratische verantwoordelijkheden niet aan. Die is daar te belangrijk voor.

Hartkamp

Column 14: filosoferen is….

Kortgeleden liep ik de Berenloop en de Elfsteden, nu kijk ik vanuit de kamer naar de blauwe lucht en de wegtrekkende, witgrijze stapelwolken. De horizon is onverwacht dichtbij gekomen.
Filosoferen is leren te sterven, zei Cicero en Montaigne zegt hem dat na. Door te filosoferen kunnen we de dood zijn vreemdheid ontnemen en aan hem wennen. Wij moderne mensen hebben de neiging de dood te negeren en gaan daardoor teveel gebukt onder zinloze doodsangst. Filosoferen vermindert die angst en brengt soms zelfs inspirerende en fraaie inzichten met zich mee. En zowaar gelukkige momenten.
De kracht komt langzaam terug. Berenloop en Elfsteden zet ik uit mijn hoofd, maar bedachtzaam lopen lukt wel weer. Ja, ik filosofeer elke dag, juist nu…
09-2016
Sjaak Kloppenburg
 
dsc02560

Nieuwsbrief 17, oktober 2016

‘Leven is niet veel anders dan babbelen, verjaardag wensen en met een glimlach aan iets anders denken,’ zei Carmiggelt ooit. Zo niet voor de bezoeker van het Filosofische Cafe in Sneek. We bieden u dit seizoen weer mooi denkwerk. Van harte welkom!

Een prikkelende start op 11 oktober

Zeer toegankelijk! Glashelder! Prikkelend….!
Dat zijn de kwalificaties die filosoof Jan Bransen kreeg voor zijn boek Laat je niets wijsmaken. Jan Bransen komt naar het Filosofisch Café in Sneek op 11 oktober. Hij ziet zichzelf het liefst als een kruising tussen een schoolmeester, een filosoof en een cabaretier. Hij denkt hardop, is een reisleider in gedachtegangen. Filosofie is volgens hem niet iets geleerds voor achter een bureau of voor in een bibliotheek..

In zijn voordracht zal Jan Bransen een pleidooi houden voor ons gezonde verstand, een natuurlijk vermogen dat het tegenwoordig moeilijk heeft als gevolg van de opmars van deskundigen, vertegenwoordigers van de kennissamenleving die wij voor onszelf en elkaar opgetuigd hebben. Een onbedoeld bijeffect van de kennissamenleving is dat leken en deskundigen elkaar in een onfortuinlijke houdgreep gevangen houden als gevolg waarvan zowel de leken als de deskundigen hun vermogen dreigen te verliezen om de onderzoekende houding aan te nemen. En juist die houding is zo kenmerkend voor de pratende diersoort die wij zijn. Aan de hand van veel voorbeelden uit de wereld van opvoeding, gezondheidszorg en de massamedia zal duidelijk gemaakt worden wat de diverse bouwstenen van ons gezonde verstand zijn, waarom we niet moeten denken dat wetenschap tegenover gezond verstand staat en hoe we de verhouding tussen wetenschappelijke kennis en ons gezonde verstand in juist perspectief kunnen leren zien.

Locatie: Zalencentrum de Walrus, Grote Kerkstraat 10 Sneek
Tijd: 20.00 uur
Entree: 7,50 euro

Het denkende lichaam…. op 15 november

Filosoof Jan Flameling komt spreken over ‘luisteren naar het lichaam’.  Wat is de invloed van ons lichaam en onze gevoelens op ons denken en ons handelen? Hebben Plato en Descartes zich vergist? Beschikt ons lichaam over een voelend weten van wat er gaande is en gevraagd wordt?
Jan Flameling richtte het filosofisch bureau Ataraxia op en werkt als docent aan de Internationale School voor Wijsbegeerte in Leusden. Hij geeft o.a. trainingen in morele oordeelsvorming bij de overheid en in de gezondheidszorg. Hij organiseert ‘denkvakanties’ in Griekenland, India en Jordanië.

Nieuwsbrief 16, mei 2016

We kijken terug..

Op een mooi filosofisch jaar in Sneek. De bezoekersaantallen stemden tot tevredenheid. De sprekers wisten ons te boeien. Ons nieuwe onderkomen in het Cultuur Kwartier Sneek beviel goed en er vonden mooie gesprekken plaats in het Atrium. Na de zomervakantie gaan we er weer enthousiast tegenaan. Doet u ook weer mee?
De werkgroep FCS: Afke, Christa, Jans, Durk, Piety, Willem, Ria, Wiekie, Sjaak en Rien

Over tegenstellingen

Dinsdagavond 10 mei a.s. om 20.00 uur hebben we een boeiende  filosofische avond met als titel: beheksing door tegenstellingen (dichotomieën) 

Filosoof Ronald Hünneman stelt dat wij steeds opnieuw een voorkeur blijken te hebben voor tegenstellingen: contrasten tussen lichaam én geest, vrouw én man, mooi én lelijk, kunst én wetenschap, en ga zo maar door. Het denken in dergelijke tegenstellingen is dominant en het lijkt erop dat we alleen vandaaruit onze ingewikkelde  maatschappij kunnen begrijpen. Veel discussies in de nationale en Internationale politiek (zoals over de EU) en de samenleving (zoals rond Zwarte Piet en de wijze waarop een filosoof als Rob Wijnberg over sportscholen schrijft) kunnen niet worden begrepen zonder te vervallen in tegenstellingen. Toch is begrijpen door  tegenstellingen te creëren niet per se  noodzakelijk. Sterker het kan volstrekt anders en dat zal filosoof Hünneman  op filosofische en humoristische wijze in het Filosofisch Café Sneek voor het voetlicht brengen.

Ronald Hünneman is filosoof en docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en Erasmus Universiteit Rotterdam.

 

 

 

Terugblik op de vorige avond.. 
Filosoof Frits Meijering nam ons in het Filosofisch Café van 5 april jl. mee van het  mythisch, ontologisch naar het functionele denken. Meijering poneerde een boeiend denkmodel voor onze huidige complexe samenleving. Kritisch nadenken en niet altijd direct reageren, is daar een onderdeel van.

Column 13: De wet als ethisch minimum

“Je hoort de grenzen van de wet niet op te zoeken:” Het was een schijnbaar achteloos, half over de schouder tegen een achtervolgende microfoon uitgesproken, zinnetje van een glimlachende minister Deysselbloem. Meer hoorde en zag ik ook niet – ik had middenin een nieuwsflard ingeschakeld – maar ik merkte dat het zinnetje me beviel.

Een eenvoudig zinnetje, jawel, maar in feite stelde hij op zijn bekende, wat minzaam-droogkloterige, wijze een even fundamenteel als actueel thema aan de orde: de verhouding tussen wet en ethiek, tussen wat “mag” en wat “hoort”, tussen wat legaal is en wat correct is.

Als eerstejaars student volgden we een college rechtsfilosofie bij een briljant hoogleraar die een eigen wijsgerige systematiek had ontwikkeld. Wij waren deels te dom en grotendeels te oppervlakkig voor zijn wijsbegeerte. Wij durfden zelfs geen vraag te stellen als wij iets niet begrepen omdat wij dan het risico liepen te moeten uitleggen wát wij niet begrepen.

Eén bouwsteen van zijn denken landde evenwel definitief bij mij: de hiërarchie van denken. Zijn leer kende een uitgewerkt systeem van volgorde der disciplines, de biologische, natuurkundige, wiskundige, economische etc. Het juridische, en dat verraste mij natuurlijk in het geheel niet, stond hoog op de ladder genoteerd. Maar daarboven stond nog de ethiek. Met de wet, zo begreep ik wel, begon het pas.

Het was bovendien nog ingewikkelder: met de letter van de wet was je er nog niet. “Summa jus summa iniuria est” – de hoogste consequentie kon immers tot de duivel leiden. Je moest, anders dan de letterknechten en de overactieve politieagenten, eerst goed de geest van de wet proeven, voor je hem toepaste.

Zeker, er waren andere geluiden over de verhouding wet en moraal. Je mocht niet stelen, vond vrijwel ieder. Je mocht misschien dan wel niet stelen, maar je mocht vooral niet betrapt worden, vonden de inbrekers en de zwartrijders. . Als vrijwel iedereen het doet, is het lang zo erg niet, vonden de fietsendieven en de zwartwerkers. De Amsterdamse filosoof Johannes Cruyff (Betondorp, 1947) bracht nog de verfijning aan dat je in ieder geval geen dief mocht zijn van je eigen portemonnee.

De grootste groep bleek echter die van de legalistische minimumlijders: het deugt, want het is immers niet verboden. Het geciteerde zinnetje van Deysselbloem slaat kennelijk op die groep. Ik heb de rest van het verhaal niet gehoord maar het zal ongetwijfeld over de hoogte van de inkomens bij sommige banken zijn gegaan, waarbij de laatsten zich er pruilend op beriepen dat ze toch binnen de wet handelden.

De wet als ethisch minimum: “Je hoort de grenzen van de wet niet op te zoeken” zegt de minister minzaam en geeft de bankiers daarmee een ontluisterende draai om hun oren; hij zet ze eigenlijk neer als ordinaire scharrelaars, kleine knoeiers. Wie de grenzen van de wet op zoekt, loopt er moreel de kantjes bij af.

Ik ben geen geschoolde filoloog, maar ethiek en etiquette, zou dat soms familie van elkaar zijn?

Siebold Hartkamp