Categorie archief: Uncategorized

Nieuwsbrief juni 2018

Het filosofisch café Sneek staat na de vakantie weer paraat om met u van gedachten te wisselen over ‘Het Leven’. Dit keer met drie interessante sprekers in het najaar en een cursus filosofie van Anna Riemersma. Een mooi vooruitzicht om alvast in uw agenda te noteren.

18 september: Verbeelden, vernietigen en scheppen ; Albert Bouwman

Hoe is het om op te groeien met een sterke verbeelding? Hoe is het om die verbeelding in je tiener en twintiger jaren kwijt te raken? Hoe helpen Nietzsche en Sartre om verbeelding te vernietigen en weer op te bouwen? Albert vertelt naar aanleiding van zijn eigen jeugd wat verbeelding betekende en wat het betekent die te verliezen mede door Nietzsche en Sartre, maar ook hoe dezelfde filosofen hem hielpen opnieuw verbeelding te scheppen.

Albert Bouwman (1980) was voorheen docent filosofie in het voortgezet onderwijs en is mede-oprichter van Bijzondere Busrit (www.bijzonderebusrit.nl), een filosofische reis van 1 dag met muziek, diner en lezing door de binnenlanden van Friesland, Groningen of Drenthe. Daarnaast is hij onder andere spreker bij het Filosofie Café Fryslân, Humanistisch Verbond, Nacht van de Filosofie Fryslân, Volksuniversiteit Fryslân.

16 oktober: Han Thomas Adriaenssen

Dr. Han Thomas Adriaenssen is universitair docent bij de Faculteit Filosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn interesse ligt in het werk van middeleeuwse en vroegmoderne filosofen en hij is gespecialiseerd in de geschiedenis van de epistemologie en cognitieve psychologie. In 2017 werd zijn boek Representation and Scepticism from Aquinas to Descartes gepubliceerd. Adriaenssen studeerde eerder filosofie (cum laude) en Italiaans (cum laude) en promoveerde (cum laude) daarna in 2013 aan de Rijksuniversiteit Groningen op zijn proefschrift over scepticisme en representatie. Sinds kort is hij ook lid van De Jonge Akademie

20 november: Verlangen naar Oneindigheid ; Hilde Hoving

 Gedreven door verlangen naar oneindigheid of onsterfelijkheid heeft de mens het vermogen zichzelf te transcenderen ofwel te overstijgen. Binnen de traditionele filosofie zien we dat deze denkbeweging vorm krijgt in de veronderstelling van een bovennatuurlijke werkelijkheid. In haar inleiding zal Hilde in dit verband aandacht besteden aan het metafysische denken van Plato en Aristoteles en tevens laten zien hoe hun visie van invloed is geweest op de theologie. Binnen de moderne filosofie zien we een verandering in het denken t.a.v. oneindigheid. Hoe krijgt transcendentie vorm in het hier en nu zonder dat de grens van de tijdelijkheid wordt overschreden? Wat heeft dit te maken met een herwaardering van het lichaam of het belichaamd zijn?

Drs. Hilde Hoving is theoloog/kunstenaar en werkte o.a. als docent godsdienstfilosofie en genderstudies theologie/filosofie aan de NHL Leeuwarden. Zij leidt uitvaarten en houdt lezingen. Zij schildert en heeft met haar werk in 2017 geëxposeerd in de Grote Kerk te Leeuwarden en in 2018 in de Grote Kerk te Drachten.

Cursus Filosofisch Café

In de herfst start er weer een filosofiecursus die wordt gegeven door drs. Anna Riemersma (filosoof). In vier bijeenkomsten gaan we samen in gesprek over hoe we ons staande kunnen houden in de hedendaagse samenleving. Deze vier bijeenkomsten zijn gebaseerd op de thema’s van de maand van de filosofie van de afgelopen vier jaar. Allemaal thema’s die ons willen verleiden om na te denken over de ongelijkheid en hebzucht, de vrijheid van de grens, hoe de rust te vinden in de versnellingssamenleving en de wellicht noodzakelijke omslag in het politieke denken. Er zullen verschillende filosofen aan bod komen en in elke bijeenkomst staat het essay centraal dat voor dat thema is geschreven.

De cursus wordt gegeven in oktober op vrijdagochtend van 9.45-11.45 uur. Locatie: Looxmagracht 20 in Sneek.

5 oktober: Ongelijkheid (essay van R. Bregman en J. Frederik, ‘Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers’)

12 oktober: Vrijheid van de grens (essay van P. Scheffer, ‘De vrijheid van de grens’)

19 oktober: Versnellingssamenleving (essay van J. Hermsen ‘Melancholie van de onrust’)

26 oktober: Verbeelding aan de macht (essay van F. Halsema ‘Macht en verbeelding’)

De cursus kost € 80,00 (incl. koffie/thee en de uitwerking van de bijeenkomst die via de mail wordt verstuurd). Groepsgrootte is 12-16 personen. Voorkennis is niet noodzakelijk en u hoeft de essays niet vooraf te lezen om de cursus te kunnen volgen.

Graag aanmelden via de email denkwijzer@gmail.com o.v.v. naam, adres en telefoonnummer.

Column door Anna Riemersma: Lees dan… als u durft

Het is bijna vakantie en de leeskriebels beginnen ook al weer te komen, want voor mij is de zomer een tijd van lezen. En zal ik u eens wat verklappen? Het zijn niet de verzamelde werken van Plato of Martin Heidegger die op mijn nachtkastje liggen, maar liever een literaire thriller of nog beter: een goede horror!  Lees verder.

In 2019 kunt u de volgende data reserveren voor het filosofisch café:

15 januari

19 februari

19 maart

16 april

 

Column: Lees dan…als u durft

Het is bijna vakantie en de leeskriebels beginnen ook al weer te komen, want voor mij is de zomer een tijd van lezen. En zal ik u eens wat verklappen? Het zijn niet de verzamelde werken van Plato of Martin Heidegger die op mijn nachtkastje liggen, maar liever een literaire thriller of nog beter: een goede horror! Onlangs heb ik een prachtige lezing bijgewoond van de Belgische filosoof Dimitri Goossens die stelt dat ‘horror als een arena van de dood wellicht een interessante filosofische speeltuin is’. Eindelijk heb ik een filosofische verantwoording gevonden om dit ook te mógen lezen en daarvan wil ik u graag deelgenoot maken.

Horror speelt met vele filosofische thema’s, zoals natuurlijk de dood, maar ook veiligheid, onschuld, goed en fout, waar en net niet helemaal waar. De dood is niet altijd het einde, het onschuldige kind is niet wat het lijkt, jouw vertrouwde huis is bezeten en dus niet meer veilig, het goede is niet langer meer vanzelfsprekend het goede en soms zijn er zoveel parallelle werelden dat je je afvraagt welke de ware wereld is.

Een van mijn favoriete auteurs is Stephen King en als we eens wat filosofische bespiegelingen op zijn boeken loslaten, zien we dat deze thema’s zijn arena vormen. Als geen ander weet hij te beschrijven hoe de moraliteit slechts een dun laagje vernis is als een kleine gemeenschap plotseling wordt afgesloten van de buitenwereld. Hoe het verlangen naar bezit, macht of roem leidt tot zelfvervreemding. Hij weet je als lezer naar zoveel mogelijke werelden te leiden dat je zelfs je eigen wereld met andere ogen gaat bekijken. Is deze werkelijkheid wel waar? Horror haalt je uit je vertrouwde omgeving, want de omgeving zelf krijgt een andere betekenis. Het is niet langer het ordelijk geheel, maar er gelden andere regels waarvan je niet weet waarom die zijn veranderd of hoe lang ze nog geldig zijn. King beschrijft hoe bepaalde werkelijkheden het leven van de hoofdrolspelers kan ontregelen en laat de lezer achter met zijn eigen morele ongemakkelijkheden.

Nieuwsgierig geworden? Ik zou zeggen ga deze zomer filosoferen met horror … als u durft.

Anna Riemersma

Column: Lachen

Terugdenkend aan het filosofisch café in Sneek

Door Martien Schreurs

Universitair docent aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht

Op 23 januari ’18 hield ik in het filosofisch Café in Sneek (Zalencentrum De Walrus, Grote Kerkstraat 10) een lezing over de vraag hoe de spanningen of conflicten tussen mensen uit verschillende culturen bemiddeld of verzoend kunnen worden middels grappen. In mijn reflectie op de reacties van de toehoorders in de zaal stuit ik op een raadsel dat mij hoe langer hoe meer fascineert. Wat mij boeit, is de ambiguiteit van humor. Grappen zijn alleen binnen een bepaalde context te begrijpen en daarin gelden stilzwijgende afspraken. Als je de grap in een andere context herhaalt, dan blijkt er vaak niet of heel anders op gereageerd te worden. En hoe vaak zien we niet dat grappen het tegenovergestelde effect hebben van datgene wat ermee beoogd wordt?

Hier refereer ik aan het extreme geweld waarmee gereageerd werd op de cartoons van de profeet Mohammed die eerst in september 2005 in Jylands-Posten en later in 2015 in het satirische tijdschrift Charlie Hebdo gepubliceerd werden. Als er ooit van harte gelachen is om deze cartoons, dan is het lachen ons nu wel vergaan. Na de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo zullen er geen cartoons van Mohammed gepubliceerd worden. In de tien jaren tussen 2005 en 2015 braken wij ons hoofd over de vraag waarom orthodoxe moslims zo veel aanstoot namen aan cartoons van hun profeet. Voor hedendaagse westerlingen is die woede moeilijk invoelbaar, want wij zijn gewend geraakt aan keiharde satire op het Christendom. Ook gaan we er bijna vanzelfsprekend vanuit dat satire louterend werkt. Als we om onszelf kunnen lachen, dan staan we open voor kritiek en relativering. Mijn filosofiedocent Cornelis Verhoeven zei ooit tegen mij dat scherts bedoeld is om de ernst te redden. In lijn hiermee kan de stelling verdedigd worden dat grappen over godsbeelden juist bedoeld zijn om aan het wonder van de religieuze ervaring recht te doen. Zo kan het de bedoeling zijn van satirici om de erfenis van de profeet te bevrijden uit de machtsgreep van fanatici. Door die drogbeelden van de profeet te ridiculiseren, kan de religie zelf in tact blijven.

Vanaf Aristoteles tot op heden hebben tal van invloedrijke filosofen zich met het vraagstuk van het komische bezig gehouden. Zie in dit verband het mooie essay van William Desmond over het tragische en het komische. Telkens wanneer de filosofen te zeker worden van hun eigen waarheidsclaims staan de blijspeldichters en satirici op die gaten schieten in die denksystemen. Een van meest invloedrijke filosofische visies op het komische is ontwikkeld door Henri Bergson die in zijn boek Le rire (het lachen) uit 1900 een poging deed om te uit te leggen waarom wij om een grap moeten lachen. Zijn filosofische theorie over het lachen is mijns inziens bruikbaar om de huidige discussie over de cartoons van Mohammed te duiden. Maar eerst wil ik in navolging van Bergson antwoord geven op de vraag waarom wij eigenlijk lachen.

Volgens Bergson schieten wij in de lach wanneer een bepaalde uitspraak of een specifiek gedrag niet congruent is met de situatie. Komische situaties ontstaan omdat mensen zich onhandig gedragen. Dit gebeurt wanneer wij routines blijven volgen of in automatismen vervallen, terwijl de situatie van ons vraagt om flexibel te reageren. Het is dus de verstarring of de gewoontevorming die lachwekkend is. In de grap wordt zichtbaar waarom die gewoontes niet passen bij de situatie. De grap laat dit zien en in die zin heeft de grap vaak een corrigerende werking. Door te lachen worden wij als het ware wakker geschud uit de sleur of de gedachteloze routines waarin wij verstrikt zijn geraakt. Dan voelen wij bij wijze van spreken hoe de stroom van het leven –Durée- door die sleur of gewoontevorming heen breekt. Dit is de reden waarom het lachen louterend werkt. Bergson verwoordt dit aldus: “Het komische is iets mechanisch dat vastgeplakt wordt op iets levends. Het komische is die kant van de persoon waardoor hij op een ding lijkt. Het drukt dus een individuele of collectieve onvolmaaktheid uit die vraagt om een onmiddellijke correctie. Het lachen brengt deze correctie aan.”

Deze duiding van het lachen is mijns inziens bruikbaar om te kunnen begrijpen wat de Deense cartoonisten bezield kan hebben toen zij in 2005 hun twaalf cartoons van Mohammed in Jylands-Posten publiceerden. In de cartoons van Mohammed wordt een starre verbeelding van het geloof –de aanslagen die in naam van Mohammed gepleegd worden- geplakt op de profeet zelf. Door Mohammed af te beelden als een zelfmoordterrorist –zie de veelbesproken cartoon van Kurt Westergaard-, worden de extremistische beelden van orthodoxe moslims geridiculiseerd. De “wake up call” die van deze cartoons van Mohammed uitgaat, bleek echter een tegenovergesteld effect te hebben. Er kwam een handelsembargo tegen Denemarken en er vielen doden.

Nu is de verleiding groot om deze gewelddadige reacties van extremistische moslims te begrijpen als een probleem van botsende vrijheden. Wij zijn eraan gewend geraakt om afwegingen te maken tussen de vrijheid van meningsuiting en religieuze vrijheid, maar dat is een manier van denken en beoordelen die vanuit een specifiek westers referentiekader ontwikkeld is. De vraag is of dit westerse referentiekader geschikt is om de uitwisseling tussen westerse en niet westerse cultuuruitingen te duiden. In mijn ogen lopen wij hier tegen grenzen aan.

Het is niet waar dat moslims geen gevoel voor humor hebben; zij hebben een ander gevoel voor humor. Het gaat in deze kwestie eerder om een botsing van verschillende humorregimes die teruggaat naar een botsing tussen culturen. Grappen over andere culturen zullen altijd als een wij versus zij tegenstelling geframed worden. Westerlingen maken grappen over moslims en zij stellen zich in die zin boven die andere cultuur. Wie grappen maakt over mensen uit andere culturen, zal altijd de verdenking over zichzelf afroepen dat hij die anderen belachelijk maakt. Hier is de superioriteitstheorie over humor van kracht. Ook Bergson stelt dat lachen altijd een vorm van uitlachen is: we moeten onze empathische gevoelens voor anderen uitschakelen om naar hartenlust om die anderen te kunnen lachen. Maar toch is deze uitleg eenzijdig. Hoe vaak zien we niet dat het ijs tussen mensen middels een grap gebroken wordt? Westerse cartoonisten kunnen bruggenbouwers tussen verschillende culturen worden wanneer zij tegelijk ook hun eigen cultuur op de hak nemen. Zelfspot kan ontwapenend werken. Hierin schuilt de verbindende werking van humor.

Een van de toehoorders in Sneek opperde in de plenaire discussie dat het beter is om een aparte ruimte te creëren in onze cultuur waarin vrijuit grappen kunnen worden gemaakt. Hij gaf het voorbeeld van de conference waarin stap voor stap naar een grap wordt toegewerkt. Dan weten we wat de bedoeling is. Wat de cartoons van Mohammed problematisch maakt, is dat ze zonder context of duiding de wereld rondgaan. De sociale media brengen die cartoons onbemiddeld over en zodoende kan iedereen daarmee op zijn eigen manier aan de haal gaan. Dus creëer een aparte plaats voor de grappenmaker, want dan weten we duidelijk waar we aan toe zijn. Maar de humor laat zich niet op deze manier apart zetten en dat is maar goed ook. De cartoonist moet goede afwegingen kunnen maken en daaraan lijkt het tot op heden te ontbreken.

Maar het lachen verliest zijn corrigerende functie in de samenleving wanneer de grappenmaker in een bepaalde vrijplaats –het theater- wordt “opgesloten”. Een grap kan pas tot constructieve ontregeling leiden wanneer het niet duidelijk is of het wel grappig bedoeld is. Het voorbeeld van de Griekse oudheid laat zien dat het komische juist midden in de samenleving moet staan, maar daarmee zijn wel risico’s verbonden. Zoals de cabaretier Freek de Jonge ooit zei: “Als de koning depressief is, moet de nar op zijn woorden letten, maar als de nar depressief is, gaat zijn kop eraf.” Cartoonisten lopen risico’s, maar die risico’s kunnen niet van bovenaf gereguleerd worden. Wie voor de grappenmaker een vrijplaats opeist, claimt eigenlijk dat grappen vrijblijvend moeten blijven.

Nieuwsbrief December 2017

‘Woorden mogen alleen dienen om de stilte te verbeteren.’

Het Filosofisch Café Sneek wenst u een luister-rijk 2018!

 Graag presenteren we u een vooruitblik op ons programma voor het komende half jaar:

 Over grappen en grenzen – 23 Januari: Martien Schreurs

Soms lijkt het alsof er geen grenzen bestaan voor de grappen die dagelijks over autoriteiten gemaakt worden. Die grappen kunnen niet hard genoeg zijn. Wij zijn hieraan gewend geraakt en we kunnen ons moeilijk voorstellen dat het ook anders kan zijn. Probeer maar eens aan hedendaagse jongeren uit te leggen dat Willem Frederik Hermans en Gerard Reve in 1951 en in 1967 voor de rechter moesten verschijnen, omdat er in hun romans passages stonden waaraan gelovigen aanstoot hadden genomen. Hermans en Reve kwamen als morele winnaars uit de strijd, omdat zij de geniale vertolkers waren van het verlangen naar vrijheid dat steeds wijder verbreid raakte in de westerse wereld. Rond de millenniumwisseling leek dit gevoel van vrijheid grenzeloos te zijn. Hoe wreed werden wij in de ochtend van 11 september 2001 uit die droom wakker geschud! Er had al een alarmbel af moeten gaan toen Salman Rushdie op 14 februari van het jaar 1989 met de dood bedreigd werd, omdat er in zijn roman The Satanic Verses passages stonden waarin de spot gedreven werd met de profeet Mohammed. De fatwa over Rushdie, de moord op Theo van Gogh, de Deense cartoonrellen en de aanslag op Charlie Hebdo zijn gebeurtenissen die niet meer weg te denken zijn in het beeld dat wij ons van het heden en de toekomst vormen. Paradoxaal genoeg heeft de verschuiving van lokaliteit naar globaliteit er juist toe geleid dat er van alle kanten nieuwe grenzen opdoemen. Die grenzen worden vooral voelbaar wanneer er grappen over de profeet Mohammed gemaakt worden.

Martien Schreurs is filosofiedocent aan de Universiteit voor Humanistiek. In zijn lezing zal hij zich afvragen waarom grappen, die bedoeld zijn om ontspanning te brengen, zo vaak tot escalatie leiden. En is het ook mogelijk om grappen over elkaar te maken die juist tot nieuwe vormen van verbinding leiden?

Joodser dan dit krijgt u het niet – 13 maart: Tamarah Benima

Rabbijn Tamarah Benima (1950, Amsterdam) is rabbijn van drie joodse gemeenten: de Progressief Joodse Gemeente Noord-Nederland, de Liberaal-Joodse Gemeente Friesland, en de onafhankelijke joodse gemeente Beit HaChidush te Amsterdam. Daarnaast is zijn journalist, columnist en commentator (radio en tv). Ze is o.a. columniste van het Friesch Dagblad. In 2015 publiceerde zij haar derde boek: Joodser dan dit krijgt u het niet. De levenskunst van de Joodse Beschaving. Haar lezing zal gebaseerd zijn op dit boek.

Heerlijk Hedonisme – 17 april: Ronald Hünneman

Wat wij hedonisten, aldus Ronald Hünneman, gemeenschappelijk hebben is dat we denken dateen mensenleven geen zin krijgt door een goddelijke verordening of door abstracte principes. Wij vinden dat het in het leven draait om genot. We hebben een filosofische afkeer van ethisch opvattingen waarin genot wordt gezien als iets laags dat beter vervangen kan worden door begrippen zoals ‘geluk’, een ‘betekenisvol leven’ of het ‘goede’.

Maar hiermee is niet alles gezegd, en zijn nog lang niet alle vragen beantwoord. Dat komt onder meer doordat van hedonisme nogal eens een karikatuur wordt gemaakt, en ‘hedonisme’ tot schimpwoord wordt. Zo beschrijft de journalist H.J.A. Hofland hedonisme simpelweg als: “Hier! Nu! Veel! En lekker!”. Daarmee verdwijnt het onderscheid tussen mensen die gedachteloos pakken wat ze pakken kunnen, en hedonisten die op een doordachte wijze genot in mensenlevens centraal stellen.

Daarom in deze lezing een bredere, of zo je wilt genuanceerdere, blik op onze hedonistische levensstijl. Daarmee zal duidelijk worden dat hedonisme noch gedachteloos, noch domweg mateloos is. Tegelijkertijd zullen woorden als ‘duurzaamheid’, ‘geluk’ en ‘het goede leven’ in een ander licht verschijnen.

Na afloop is het door Ronald Hünneman geschreven boekje “Aphroditisch Hedonisme” verkrijgbaar.

De bijeenkomsten worden gehouden in Zalencentrum de Walrus, Grote Kerkstraat 10 Sneek. Entree € 7,50 – We starten om 20.00 uur.