Auteursarchief: Rien van der Zeijden

Column: Durf ‘niemand’ te zijn….

In een artikel in Trouw, met de intrigerende titel ‘te zwaar om iemand te zijn’, geeft cultuurfilosoof Maarten Coole zijn visie op de steeds vaker voorkomende burn-out bij jongeren. Hij betoogt dat dit niet te maken heeft met werkdruk maar met de druk om een ‘identiteit’ te hebben. Je moet een verhaal over jezelf hebben en een burn-out treedt op als je het verhaal over je eigen identiteit niet meer vol kunt houden. Jongeren, en ik denk dat dit voor veel meer mensen geldt, moeten hun persoonlijke verhaal voortduren updaten om te zorgen dat ze interessant blijven voor andere mensen. Naast de mooie invalshoek zit er ook iets vreemds aan dit verhaal. Want een ander kan natuurlijk helemaal niet jouw identiteit bepalen. Als dat gebeurt, gaat het over imago. Je imago is hoe jij wordt ervaren en hoe jij daar eventueel mee speelt naar de buitenwereld. Imago komt van buiten. Je identiteit komt van binnenuit. Identiteit is het meest kostbare en meest persoonlijke van jou. Er is niets op tegen om over je imago te denken maar ik denk dat de druk waaraan we leiden vooral daar vandaan komt. Er ontstaat een krachtige lijn als identiteit en imago elkaar versterken. Er ontstaat een drama als jouw imago is losgekoppeld van je identiteit.

Er is veel ‘identiteitsdenken’ om ons heen. Identiteit is letterlijk een containerbegrip waar iedereen zijn en haar projecties in werpt. Het probleem begint volgens mij als we identiteit als een ‘ding’ gaan zien, iets wat je kunt vaststellen. Zodra je het begrip met ‘weten en meten’ gaat benaderen glipt het uit je vingers. Het onderwerp vernietigt zichzelf door de methode waarmee je ernaar kijkt. Veel denkers hebben dit al benoemd als ‘Newtoniaans denken’. Het idee dat alles een vaste kern heeft en dat al die kernen via bepaalde wetten op elkaar reageren, klopt niet meer. We hebben ontdekt dat in de natuur op een dieper niveau alles beweegt. Alles is met alles verbonden. Wie inzoomt en isoleert blijft achter met een teleurstellende leegte. Dit denken wordt op veel meer terreinen toegepast tegenwoordig en dat vind ik een hele opwindende ontwikkeling. Ook in het denken over onszelf komen we dit tegen. Wie maar blijft afdalen in zichzelf, heeft uiteindelijk de ervaring dat er niemand thuis is. Het ontdekken van die ‘leegte’ is een noodzakelijke fase. de Boeddhisten noemen het de Boeddha-natuur. Wie dat aan durft te gaan ontdekt hoe we geneigd zijn om alles te fixeren, om ons met van alles en nog wat te vereenzelvigen, ‘identiteiten’ aan te trekken. We projecteren van alles op ons innerlijke scherm maar wie zijn wij? Dat scherm zelf? Als ik in een gesprek met een ander leeg durf te zijn, niet zo focus en analyseer, ontdek ik dat die ander ook in mij verschijnt. Ik ben die ander. Ik ben verbonden op een veel dieper niveau dan ik doorgaans besef. Dat is hard nodig want de polariserende dynamiek om ons heen scheidt, put uit en zorgt voor schijnidentiteiten.

Rien van der Zeijden

Nieuwsbrief juni 2018

Het filosofisch café Sneek staat na de vakantie weer paraat om met u van gedachten te wisselen over ‘Het Leven’. Dit keer met drie interessante sprekers in het najaar en een cursus filosofie van Anna Riemersma. Een mooi vooruitzicht om alvast in uw agenda te noteren.

18 september: Verbeelden, vernietigen en scheppen ; Albert Bouwman

Hoe is het om op te groeien met een sterke verbeelding? Hoe is het om die verbeelding in je tiener en twintiger jaren kwijt te raken? Hoe helpen Nietzsche en Sartre om verbeelding te vernietigen en weer op te bouwen? Albert vertelt naar aanleiding van zijn eigen jeugd wat verbeelding betekende en wat het betekent die te verliezen mede door Nietzsche en Sartre, maar ook hoe dezelfde filosofen hem hielpen opnieuw verbeelding te scheppen.

Albert Bouwman (1980) was voorheen docent filosofie in het voortgezet onderwijs en is mede-oprichter van Bijzondere Busrit (www.bijzonderebusrit.nl), een filosofische reis van 1 dag met muziek, diner en lezing door de binnenlanden van Friesland, Groningen of Drenthe. Daarnaast is hij onder andere spreker bij het Filosofie Café Fryslân, Humanistisch Verbond, Nacht van de Filosofie Fryslân, Volksuniversiteit Fryslân.

16 oktober: Han Thomas Adriaenssen

Dr. Han Thomas Adriaenssen is universitair docent bij de Faculteit Filosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn interesse ligt in het werk van middeleeuwse en vroegmoderne filosofen en hij is gespecialiseerd in de geschiedenis van de epistemologie en cognitieve psychologie. In 2017 werd zijn boek Representation and Scepticism from Aquinas to Descartes gepubliceerd. Adriaenssen studeerde eerder filosofie (cum laude) en Italiaans (cum laude) en promoveerde (cum laude) daarna in 2013 aan de Rijksuniversiteit Groningen op zijn proefschrift over scepticisme en representatie. Sinds kort is hij ook lid van De Jonge Akademie

20 november: Verlangen naar Oneindigheid ; Hilde Hoving

 Gedreven door verlangen naar oneindigheid of onsterfelijkheid heeft de mens het vermogen zichzelf te transcenderen ofwel te overstijgen. Binnen de traditionele filosofie zien we dat deze denkbeweging vorm krijgt in de veronderstelling van een bovennatuurlijke werkelijkheid. In haar inleiding zal Hilde in dit verband aandacht besteden aan het metafysische denken van Plato en Aristoteles en tevens laten zien hoe hun visie van invloed is geweest op de theologie. Binnen de moderne filosofie zien we een verandering in het denken t.a.v. oneindigheid. Hoe krijgt transcendentie vorm in het hier en nu zonder dat de grens van de tijdelijkheid wordt overschreden? Wat heeft dit te maken met een herwaardering van het lichaam of het belichaamd zijn?

Drs. Hilde Hoving is theoloog/kunstenaar en werkte o.a. als docent godsdienstfilosofie en genderstudies theologie/filosofie aan de NHL Leeuwarden. Zij leidt uitvaarten en houdt lezingen. Zij schildert en heeft met haar werk in 2017 geëxposeerd in de Grote Kerk te Leeuwarden en in 2018 in de Grote Kerk te Drachten.

Cursus Filosofisch Café

In de herfst start er weer een filosofiecursus die wordt gegeven door drs. Anna Riemersma (filosoof). In vier bijeenkomsten gaan we samen in gesprek over hoe we ons staande kunnen houden in de hedendaagse samenleving. Deze vier bijeenkomsten zijn gebaseerd op de thema’s van de maand van de filosofie van de afgelopen vier jaar. Allemaal thema’s die ons willen verleiden om na te denken over de ongelijkheid en hebzucht, de vrijheid van de grens, hoe de rust te vinden in de versnellingssamenleving en de wellicht noodzakelijke omslag in het politieke denken. Er zullen verschillende filosofen aan bod komen en in elke bijeenkomst staat het essay centraal dat voor dat thema is geschreven.

De cursus wordt gegeven in oktober op vrijdagochtend van 9.45-11.45 uur. Locatie: Looxmagracht 20 in Sneek.

5 oktober: Ongelijkheid (essay van R. Bregman en J. Frederik, ‘Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers’)

12 oktober: Vrijheid van de grens (essay van P. Scheffer, ‘De vrijheid van de grens’)

19 oktober: Versnellingssamenleving (essay van J. Hermsen ‘Melancholie van de onrust’)

26 oktober: Verbeelding aan de macht (essay van F. Halsema ‘Macht en verbeelding’)

De cursus kost € 80,00 (incl. koffie/thee en de uitwerking van de bijeenkomst die via de mail wordt verstuurd). Groepsgrootte is 12-16 personen. Voorkennis is niet noodzakelijk en u hoeft de essays niet vooraf te lezen om de cursus te kunnen volgen.

Graag aanmelden via de email denkwijzer@gmail.com o.v.v. naam, adres en telefoonnummer.

Column door Anna Riemersma: Lees dan… als u durft

Het is bijna vakantie en de leeskriebels beginnen ook al weer te komen, want voor mij is de zomer een tijd van lezen. En zal ik u eens wat verklappen? Het zijn niet de verzamelde werken van Plato of Martin Heidegger die op mijn nachtkastje liggen, maar liever een literaire thriller of nog beter: een goede horror!  Lees verder.

In 2019 kunt u de volgende data reserveren voor het filosofisch café:

15 januari

19 februari

19 maart

16 april

 

Column: Lees dan…als u durft

Het is bijna vakantie en de leeskriebels beginnen ook al weer te komen, want voor mij is de zomer een tijd van lezen. En zal ik u eens wat verklappen? Het zijn niet de verzamelde werken van Plato of Martin Heidegger die op mijn nachtkastje liggen, maar liever een literaire thriller of nog beter: een goede horror! Onlangs heb ik een prachtige lezing bijgewoond van de Belgische filosoof Dimitri Goossens die stelt dat ‘horror als een arena van de dood wellicht een interessante filosofische speeltuin is’. Eindelijk heb ik een filosofische verantwoording gevonden om dit ook te mógen lezen en daarvan wil ik u graag deelgenoot maken.

Horror speelt met vele filosofische thema’s, zoals natuurlijk de dood, maar ook veiligheid, onschuld, goed en fout, waar en net niet helemaal waar. De dood is niet altijd het einde, het onschuldige kind is niet wat het lijkt, jouw vertrouwde huis is bezeten en dus niet meer veilig, het goede is niet langer meer vanzelfsprekend het goede en soms zijn er zoveel parallelle werelden dat je je afvraagt welke de ware wereld is.

Een van mijn favoriete auteurs is Stephen King en als we eens wat filosofische bespiegelingen op zijn boeken loslaten, zien we dat deze thema’s zijn arena vormen. Als geen ander weet hij te beschrijven hoe de moraliteit slechts een dun laagje vernis is als een kleine gemeenschap plotseling wordt afgesloten van de buitenwereld. Hoe het verlangen naar bezit, macht of roem leidt tot zelfvervreemding. Hij weet je als lezer naar zoveel mogelijke werelden te leiden dat je zelfs je eigen wereld met andere ogen gaat bekijken. Is deze werkelijkheid wel waar? Horror haalt je uit je vertrouwde omgeving, want de omgeving zelf krijgt een andere betekenis. Het is niet langer het ordelijk geheel, maar er gelden andere regels waarvan je niet weet waarom die zijn veranderd of hoe lang ze nog geldig zijn. King beschrijft hoe bepaalde werkelijkheden het leven van de hoofdrolspelers kan ontregelen en laat de lezer achter met zijn eigen morele ongemakkelijkheden.

Nieuwsgierig geworden? Ik zou zeggen ga deze zomer filosoferen met horror … als u durft.

Anna Riemersma

Column: Lachen

Terugdenkend aan het filosofisch café in Sneek

Door Martien Schreurs

Universitair docent aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht

Op 23 januari ’18 hield ik in het filosofisch Café in Sneek (Zalencentrum De Walrus, Grote Kerkstraat 10) een lezing over de vraag hoe de spanningen of conflicten tussen mensen uit verschillende culturen bemiddeld of verzoend kunnen worden middels grappen. In mijn reflectie op de reacties van de toehoorders in de zaal stuit ik op een raadsel dat mij hoe langer hoe meer fascineert. Wat mij boeit, is de ambiguiteit van humor. Grappen zijn alleen binnen een bepaalde context te begrijpen en daarin gelden stilzwijgende afspraken. Als je de grap in een andere context herhaalt, dan blijkt er vaak niet of heel anders op gereageerd te worden. En hoe vaak zien we niet dat grappen het tegenovergestelde effect hebben van datgene wat ermee beoogd wordt?

Hier refereer ik aan het extreme geweld waarmee gereageerd werd op de cartoons van de profeet Mohammed die eerst in september 2005 in Jylands-Posten en later in 2015 in het satirische tijdschrift Charlie Hebdo gepubliceerd werden. Als er ooit van harte gelachen is om deze cartoons, dan is het lachen ons nu wel vergaan. Na de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo zullen er geen cartoons van Mohammed gepubliceerd worden. In de tien jaren tussen 2005 en 2015 braken wij ons hoofd over de vraag waarom orthodoxe moslims zo veel aanstoot namen aan cartoons van hun profeet. Voor hedendaagse westerlingen is die woede moeilijk invoelbaar, want wij zijn gewend geraakt aan keiharde satire op het Christendom. Ook gaan we er bijna vanzelfsprekend vanuit dat satire louterend werkt. Als we om onszelf kunnen lachen, dan staan we open voor kritiek en relativering. Mijn filosofiedocent Cornelis Verhoeven zei ooit tegen mij dat scherts bedoeld is om de ernst te redden. In lijn hiermee kan de stelling verdedigd worden dat grappen over godsbeelden juist bedoeld zijn om aan het wonder van de religieuze ervaring recht te doen. Zo kan het de bedoeling zijn van satirici om de erfenis van de profeet te bevrijden uit de machtsgreep van fanatici. Door die drogbeelden van de profeet te ridiculiseren, kan de religie zelf in tact blijven.

Vanaf Aristoteles tot op heden hebben tal van invloedrijke filosofen zich met het vraagstuk van het komische bezig gehouden. Zie in dit verband het mooie essay van William Desmond over het tragische en het komische. Telkens wanneer de filosofen te zeker worden van hun eigen waarheidsclaims staan de blijspeldichters en satirici op die gaten schieten in die denksystemen. Een van meest invloedrijke filosofische visies op het komische is ontwikkeld door Henri Bergson die in zijn boek Le rire (het lachen) uit 1900 een poging deed om te uit te leggen waarom wij om een grap moeten lachen. Zijn filosofische theorie over het lachen is mijns inziens bruikbaar om de huidige discussie over de cartoons van Mohammed te duiden. Maar eerst wil ik in navolging van Bergson antwoord geven op de vraag waarom wij eigenlijk lachen.

Volgens Bergson schieten wij in de lach wanneer een bepaalde uitspraak of een specifiek gedrag niet congruent is met de situatie. Komische situaties ontstaan omdat mensen zich onhandig gedragen. Dit gebeurt wanneer wij routines blijven volgen of in automatismen vervallen, terwijl de situatie van ons vraagt om flexibel te reageren. Het is dus de verstarring of de gewoontevorming die lachwekkend is. In de grap wordt zichtbaar waarom die gewoontes niet passen bij de situatie. De grap laat dit zien en in die zin heeft de grap vaak een corrigerende werking. Door te lachen worden wij als het ware wakker geschud uit de sleur of de gedachteloze routines waarin wij verstrikt zijn geraakt. Dan voelen wij bij wijze van spreken hoe de stroom van het leven –Durée- door die sleur of gewoontevorming heen breekt. Dit is de reden waarom het lachen louterend werkt. Bergson verwoordt dit aldus: “Het komische is iets mechanisch dat vastgeplakt wordt op iets levends. Het komische is die kant van de persoon waardoor hij op een ding lijkt. Het drukt dus een individuele of collectieve onvolmaaktheid uit die vraagt om een onmiddellijke correctie. Het lachen brengt deze correctie aan.”

Deze duiding van het lachen is mijns inziens bruikbaar om te kunnen begrijpen wat de Deense cartoonisten bezield kan hebben toen zij in 2005 hun twaalf cartoons van Mohammed in Jylands-Posten publiceerden. In de cartoons van Mohammed wordt een starre verbeelding van het geloof –de aanslagen die in naam van Mohammed gepleegd worden- geplakt op de profeet zelf. Door Mohammed af te beelden als een zelfmoordterrorist –zie de veelbesproken cartoon van Kurt Westergaard-, worden de extremistische beelden van orthodoxe moslims geridiculiseerd. De “wake up call” die van deze cartoons van Mohammed uitgaat, bleek echter een tegenovergesteld effect te hebben. Er kwam een handelsembargo tegen Denemarken en er vielen doden.

Nu is de verleiding groot om deze gewelddadige reacties van extremistische moslims te begrijpen als een probleem van botsende vrijheden. Wij zijn eraan gewend geraakt om afwegingen te maken tussen de vrijheid van meningsuiting en religieuze vrijheid, maar dat is een manier van denken en beoordelen die vanuit een specifiek westers referentiekader ontwikkeld is. De vraag is of dit westerse referentiekader geschikt is om de uitwisseling tussen westerse en niet westerse cultuuruitingen te duiden. In mijn ogen lopen wij hier tegen grenzen aan.

Het is niet waar dat moslims geen gevoel voor humor hebben; zij hebben een ander gevoel voor humor. Het gaat in deze kwestie eerder om een botsing van verschillende humorregimes die teruggaat naar een botsing tussen culturen. Grappen over andere culturen zullen altijd als een wij versus zij tegenstelling geframed worden. Westerlingen maken grappen over moslims en zij stellen zich in die zin boven die andere cultuur. Wie grappen maakt over mensen uit andere culturen, zal altijd de verdenking over zichzelf afroepen dat hij die anderen belachelijk maakt. Hier is de superioriteitstheorie over humor van kracht. Ook Bergson stelt dat lachen altijd een vorm van uitlachen is: we moeten onze empathische gevoelens voor anderen uitschakelen om naar hartenlust om die anderen te kunnen lachen. Maar toch is deze uitleg eenzijdig. Hoe vaak zien we niet dat het ijs tussen mensen middels een grap gebroken wordt? Westerse cartoonisten kunnen bruggenbouwers tussen verschillende culturen worden wanneer zij tegelijk ook hun eigen cultuur op de hak nemen. Zelfspot kan ontwapenend werken. Hierin schuilt de verbindende werking van humor.

Een van de toehoorders in Sneek opperde in de plenaire discussie dat het beter is om een aparte ruimte te creëren in onze cultuur waarin vrijuit grappen kunnen worden gemaakt. Hij gaf het voorbeeld van de conference waarin stap voor stap naar een grap wordt toegewerkt. Dan weten we wat de bedoeling is. Wat de cartoons van Mohammed problematisch maakt, is dat ze zonder context of duiding de wereld rondgaan. De sociale media brengen die cartoons onbemiddeld over en zodoende kan iedereen daarmee op zijn eigen manier aan de haal gaan. Dus creëer een aparte plaats voor de grappenmaker, want dan weten we duidelijk waar we aan toe zijn. Maar de humor laat zich niet op deze manier apart zetten en dat is maar goed ook. De cartoonist moet goede afwegingen kunnen maken en daaraan lijkt het tot op heden te ontbreken.

Maar het lachen verliest zijn corrigerende functie in de samenleving wanneer de grappenmaker in een bepaalde vrijplaats –het theater- wordt “opgesloten”. Een grap kan pas tot constructieve ontregeling leiden wanneer het niet duidelijk is of het wel grappig bedoeld is. Het voorbeeld van de Griekse oudheid laat zien dat het komische juist midden in de samenleving moet staan, maar daarmee zijn wel risico’s verbonden. Zoals de cabaretier Freek de Jonge ooit zei: “Als de koning depressief is, moet de nar op zijn woorden letten, maar als de nar depressief is, gaat zijn kop eraf.” Cartoonisten lopen risico’s, maar die risico’s kunnen niet van bovenaf gereguleerd worden. Wie voor de grappenmaker een vrijplaats opeist, claimt eigenlijk dat grappen vrijblijvend moeten blijven.

Nieuwsbrief December 2017

‘Woorden mogen alleen dienen om de stilte te verbeteren.’

Het Filosofisch Café Sneek wenst u een luister-rijk 2018!

 Graag presenteren we u een vooruitblik op ons programma voor het komende half jaar:

 Over grappen en grenzen – 23 Januari: Martien Schreurs

Soms lijkt het alsof er geen grenzen bestaan voor de grappen die dagelijks over autoriteiten gemaakt worden. Die grappen kunnen niet hard genoeg zijn. Wij zijn hieraan gewend geraakt en we kunnen ons moeilijk voorstellen dat het ook anders kan zijn. Probeer maar eens aan hedendaagse jongeren uit te leggen dat Willem Frederik Hermans en Gerard Reve in 1951 en in 1967 voor de rechter moesten verschijnen, omdat er in hun romans passages stonden waaraan gelovigen aanstoot hadden genomen. Hermans en Reve kwamen als morele winnaars uit de strijd, omdat zij de geniale vertolkers waren van het verlangen naar vrijheid dat steeds wijder verbreid raakte in de westerse wereld. Rond de millenniumwisseling leek dit gevoel van vrijheid grenzeloos te zijn. Hoe wreed werden wij in de ochtend van 11 september 2001 uit die droom wakker geschud! Er had al een alarmbel af moeten gaan toen Salman Rushdie op 14 februari van het jaar 1989 met de dood bedreigd werd, omdat er in zijn roman The Satanic Verses passages stonden waarin de spot gedreven werd met de profeet Mohammed. De fatwa over Rushdie, de moord op Theo van Gogh, de Deense cartoonrellen en de aanslag op Charlie Hebdo zijn gebeurtenissen die niet meer weg te denken zijn in het beeld dat wij ons van het heden en de toekomst vormen. Paradoxaal genoeg heeft de verschuiving van lokaliteit naar globaliteit er juist toe geleid dat er van alle kanten nieuwe grenzen opdoemen. Die grenzen worden vooral voelbaar wanneer er grappen over de profeet Mohammed gemaakt worden.

Martien Schreurs is filosofiedocent aan de Universiteit voor Humanistiek. In zijn lezing zal hij zich afvragen waarom grappen, die bedoeld zijn om ontspanning te brengen, zo vaak tot escalatie leiden. En is het ook mogelijk om grappen over elkaar te maken die juist tot nieuwe vormen van verbinding leiden?

Joodser dan dit krijgt u het niet – 13 maart: Tamarah Benima

Rabbijn Tamarah Benima (1950, Amsterdam) is rabbijn van drie joodse gemeenten: de Progressief Joodse Gemeente Noord-Nederland, de Liberaal-Joodse Gemeente Friesland, en de onafhankelijke joodse gemeente Beit HaChidush te Amsterdam. Daarnaast is zijn journalist, columnist en commentator (radio en tv). Ze is o.a. columniste van het Friesch Dagblad. In 2015 publiceerde zij haar derde boek: Joodser dan dit krijgt u het niet. De levenskunst van de Joodse Beschaving. Haar lezing zal gebaseerd zijn op dit boek.

Heerlijk Hedonisme – 17 april: Ronald Hünneman

Wat wij hedonisten, aldus Ronald Hünneman, gemeenschappelijk hebben is dat we denken dateen mensenleven geen zin krijgt door een goddelijke verordening of door abstracte principes. Wij vinden dat het in het leven draait om genot. We hebben een filosofische afkeer van ethisch opvattingen waarin genot wordt gezien als iets laags dat beter vervangen kan worden door begrippen zoals ‘geluk’, een ‘betekenisvol leven’ of het ‘goede’.

Maar hiermee is niet alles gezegd, en zijn nog lang niet alle vragen beantwoord. Dat komt onder meer doordat van hedonisme nogal eens een karikatuur wordt gemaakt, en ‘hedonisme’ tot schimpwoord wordt. Zo beschrijft de journalist H.J.A. Hofland hedonisme simpelweg als: “Hier! Nu! Veel! En lekker!”. Daarmee verdwijnt het onderscheid tussen mensen die gedachteloos pakken wat ze pakken kunnen, en hedonisten die op een doordachte wijze genot in mensenlevens centraal stellen.

Daarom in deze lezing een bredere, of zo je wilt genuanceerdere, blik op onze hedonistische levensstijl. Daarmee zal duidelijk worden dat hedonisme noch gedachteloos, noch domweg mateloos is. Tegelijkertijd zullen woorden als ‘duurzaamheid’, ‘geluk’ en ‘het goede leven’ in een ander licht verschijnen.

Na afloop is het door Ronald Hünneman geschreven boekje “Aphroditisch Hedonisme” verkrijgbaar.

De bijeenkomsten worden gehouden in Zalencentrum de Walrus, Grote Kerkstraat 10 Sneek. Entree € 7,50 – We starten om 20.00 uur.

 

Column: PLUK EEN ROOS

“Flikker op man, ik woon zelf in “de Baarsjes”. Dit zinnetje zou, naast de Ajaxsupportertjes die nog in hun pyjamaatjes naar Sesamstraat keken toen hij al een seizoenkaart had, het lievelingscitaat worden van de programmamakers rond het overlijden van de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan. Natuurlijk vanwege de onparlementaire krachtterm, uit de mond van een (latere) edelachtbare. En omdat “flikker op man” lekker bekt.

Maar ook om iets anders. Van der Laan doet hier iets wat, bij alle getob over de crisis in de parlementaire democratie/ de kloof tussen burger en politiek/ de communicatie tussen overheid en burger ( enfin, vul verder zelf maar in) een interessante richtingwijzer biedt: hij spreekt een Boze burger tegen.

De programmamakers lieten steeds weer verlekkerd Het “flikker op, man” van de burgemeester zien, maar wat daaraan vooraf ging was ongetwijfeld geschreeuw dat hij makkelijk praten had over de problemen van deze buurt omdat hij natuurlijk in de grachtengordel woonde. Van der Laan liet zich niet op deze manier framen als salon-socialist en zette de Boze schreeuwer publiekelijk neer als loze praatjesmaker.

Dat zijn we niet meer gewend. De meest gangbare reactie van politici is dat ze wat meebuigen. Zeggen dat de criticus “zeker een punt heeft”, dat ze zich dat aantrekken en “zullen meenemen”. Ze kunnen zich van alles “heel goed voorstellen” etc. Wegens slappe knieën of uit onvermogen wellicht het eigen standpunt te verwoorden laten ze de “Boze Nederlander” onweersproken en verlenen hem daardoor status. Ik kwam hem laatst zelfs tegen in de prestigieuze Schoo-lezing. Hij lijkt zich als politieke oriëntatiebron een officiële plaats te hebben verworven. Wie zou het zijn? Bestaat-ie wel? Misschien weet Maxima – die ons ook al eens uit de brand hielp toen we wilden weten wie “ de “ Nederlander was – ons wel te vertellen dat ook deze niet bestaat.

Er zijn ongetwijfeld mensen die tussen de wielen van onze maatschappij zijn geraakt, op een manier die je razend maakt. Het is overigens sterk de vraag –als ik zo zie wat voor types er in de media langstrekken – of dat bovenstaande categorie wel is. Zouden ze echt boos zijn of hebben ze in de sociale media gelezen dat ze dat zijn? Zou je in de feitenvrije politiek en journalistiek soms ook “op afroep “ boos kunnen worden?

Iemand die op “safari” wil in een wijk met andersdenkenden is natuurlijk niet zozeer boos – die is boosaardig. Er zijn er ook bij die je, als je ze aan de hekken ziet sleuren bij een gemeenteraadsvergadering waar ze over noodhuisvesting van vluchtelingen praten, zou willen vragen:”weet je moeder wel dat je hier loopt te schreeuwen tegen de vluchtelingen en weet je ongeveer wat dat zijn?

Kortom: gewone klieren en saggerijnen, verongelijkten en slechtgehumeurden zijn er altijd al geweest. Met ze meepraten, helpt politici niet. Daar worden boze mensen alleen maar wantrouwiger en kwaaier van. Tegenspreken! Daar zitten veel mensen op te wachten. Zoals van der Laan deed. Hij is er alleen maar geliefder door geworden.

En voor de rest op tijd uitlachen. Als mijn broertje vroeger de bokkenpruik op had zongen wij:

Ben je boos?

Pluk een roos!

Zet hem op je hoed,

Dan ben je morgen weer goed!

Het werkte.

 

Siebold Hartkamp

Column: Geluk en zin…

In ons eerste filosofische café van dit seizoen betoogde Menno de Bree dat werk ons niet gelukkig kan maken. Om dit kracht bij te zetten leidde hij ons met een van humor doorspekte en volstrekt logische redenering naar de conclusie dat het leven geen zin heeft. Overigens bespraken we dit met elkaar in een opperbeste stemming. Mij leken veel aanwezigen, inclusief Menno zelf, redelijk gelukkig met hun bestaan. Dat het leven geen zin heeft, leek daar niet zo veel aan te veranderen. Hebben die twee dan wel iets met elkaar te maken?

Op de vraag of ik gelukkig ben, zou ik niet zomaar een antwoord kunnen geven. Zeggen dat je gelukkig bent is net zoiets als zeggen dat je door een groen landschap loopt, terwijl je wel vijftig tinten groen waarneemt. Het leven op deze algemene manier samenvatten haalt de diepte uit onze waarneming volgens mij.

Ons felbegeerde geluk kan eigenlijk niet met zo’n logische en cerebrale benadering behandeld worden, denk ik. Het weekend na ons café las ik een artikel over geluk van Rik Torfs in de zaterdagbijlage van de Trouw. Hij beschrijft daarin een ervaring van Marcel Proust in ‘Contre Saint-Beuve’. De schrijver steekt met vrienden een geplaveide binnenplaats over waarbij zijn blik valt op de oneffen glimmende stenen. Opeens overvalt hem een overweldigend en onverklaarbaar geluksgevoel. In de aanblik van de geplaveide stenen beleeft hij een eerdere ervaring, een herinnering. Proust noemt dit ‘resurrection’…. verrijzenis. Bij die verrijzenis is het gevoel zuiverder dan het moment van de ervaring zelf, want die was vluchtig tussen vele andere gewaarwordingen in. Proust: ‘Niet alleen is het verstand van geen nut bij dit soort verrijzenissen, bovendien worden zulke momenten alleen zichtbaar in voorwerpen waar het verstand nooit heeft geprobeerd hen op te sluiten.’

We raken hier heel subtiele en moeilijk te verwoorden ervaringen. Ik moest denken aan ‘het numineuze’ waar theoloog en schrijver Tjeu van de Berk een mooi boek over heeft geschreven. Het overkomt je. Je dwingt het niet af en als je dat wilt, bv door een logisch beredeneerde levensbeschouwing, ontglipt het je. Ook het woord ‘geluk’ dekt de lading hier niet. Soms is de ervaring eerder huiveringwekkend. De poëzie vangt dit beter dan de filosofie omdat ze met paradoxen kan leven.

Geluk is geen conclusie. Het is een aspect van ons bestaan dat we ook zo weer wegblazen. Geluk sluimert in onze herinneringen, in de kunst, in een simpel stilstaan bij een voorwerp. Vlinderachtig. Niet te vangen. Het kan opbloeien als een zaadje dat al tijden ongebruikt in de grond ligt en opeens tot leven komt. Ons leven zit vol met deze potenties waar we even zo vaak aan voorbij leven. Het kan zomaar ‘verrijzen’ uit onze dagelijkse sleur. Tja, het leven is misschien ‘zinloos’ maar voor mij daardoor niet minder waard om geleefd te worden.

 

Rien van der Zeijden

 

Nieuwsbrief 20 oktober 2017

Filosofisch Café Sneek

Nieuwsbrief oktober 2017

Een nieuwe start van het seizoen

Met trots presenteren we u de avonden van het Filosofisch Café Sneek voor dit seizoen. In vergelijking met eerdere berichten zijn er wat sprekerswisselingen. Maar het resultaat mag er zijn!
Hopelijk bent ook u weer met frisse moed begonnen. En om dan maar eens met de deur in huis te vallen:

Over waarom het onmogelijk is om gelukkig te worden van je werk… Een avond met Menno de Bree op 10 oktober.

De mens streeft van nature naar geluk, dacht Aristoteles al, en in onze tijd proberen we dat geluk vooral te realiseren in onze liefdesrelaties en in ons werk. De verhouding tussen liefde en geluk is echter nogal problematisch – vandaar dat we na een zekere leeftijd ons heil vooral in het werk zoeken. Maar ook dat is een vergeefse strategie, zal Menno de Bree beargumenteren aan de hand van het werk van diverse filosofen (o.a. Aristoteles, Nietzsche, Foucault, Han, Arendt, Schopenhauer). Het is bijzonder lastig om gelukkig te worden, en werk helpt ons vaak van de regen in de drup.

Menno de Bree (1974) studeerde filosofie (cum laude) en werkte bij Heineken en Nyenrode. Sinds 2003 is hij verbonden aan het UMCG, alwaar hij ethiek en filosofie doceert. Voor zijn onderwijs ontving hij diverse studentenprijzen. Daarnaast verzorgt hij denktrainingen en filosofiecursussen voor zorgprofessionals (www.brainfeed.nl), geeft hij veel publiekslezingen, en heeft hij een wekelijkse column in het Financieel Dagblad.

Datum: 10 oktober 2017
Locatie: Zalencentrum De Walrus, Grote Kerkstraat 10 Sneek
Tijd: 20.00 uur
Entree: 7,50 euro


Noteer de komende data alvast in uw agenda (kijk op onze website www.fcsneek.nl)

Dinsdag 14 november 2017:
Jan Flameling
Dinsdag 23 januari 2018:
Martien Schreurs
Dinsdag 13 maart 2018:
Tamarah Benima
Dinsdag 17 april:
Ronald Hunneman

Vooruitblik

Waarom rust?
Vorig jaar gaf Jan Flameling de lezing ‘luisteren naar het lichaam’ waarin hij de opvattingen van de neurobioloog Antonio Damasio, de filosoof Emmanuel Levinas en de boeddhistische meester Thich Nhat Hanh besprak. Op 14 november geeft Jan Flameling de lezing ‘Waarom rust?’ waarin u kennis maakt met de antwoorden van de Chinese wijze Laozi (‘dan doe je wat de weg vraagt’), de middeleeuwse mysticus Meister Eckhart (‘dan sta je vanuit naastenliefde in het leven’) en de denker uit het Zwarte Woud Martin Heidegger (‘dan besef je dat je in betrekkingen bent’).

Jan Flameling richtte in 1994 het Filosofisch Bureau Ataraxia op en werkt als docent aan de Internationale School voor Wijsbegeerte in Leusden. Hij geeft o.a. trainingen in morele oordeelsvorming bij de overheid en in de gezondheidszorg. Hij organiseert ‘denkvakanties’ in Griekenland, India en Jordanië.

En verder…
Tamarah Benima, rabbijn en journalist, zal spreken over de Joodse Beschaving op dinsdag 13 maart.

Martien Schreurs, universitair docent aan de Universiteit voor Humanistiek, zal op 23 januari spreken over het thema: Hoe kan humor ons weerbaar maken tegen stigmatisering, fanatisme en uitsluiting?

Ronald Hunneman is een ‘oude bekende’ in het Filosofisch Café. Door zijn beeldende en puntige presentaties hebben we een ‘abonnement’ op hem. Op 17 april zal hij spreken over de Kunst van het Genot.


Column
Leest u ook onze columns op de website? Deze maand de column van Anna Riemersma:
“De vakantietijd is al weer voorbij en we maken ons weer op voor het oppakken van de routine die door veel mensen even wordt losgelaten. Het lijkt net of in de zomermaanden het leven even kalmer aan geleefd wordt. Zo worden in de zomer ook veel vakanties gepland: er even tussen uit. Waar tussenuit?…”
Lees verder 

Column 18 Vakantie is ook filosoferen

De vakantietijd is bijna al weer voorbij en we maken ons weer op voor het oppakken van de routine die door veel mensen even wordt losgelaten. Het lijkt net of in de zomermaanden het leven even kalmer aan geleefd wordt. Zo worden in de zomer ook veel vakanties gepland: er even tussen uit. Waar tussenuit?

Als de vakantie bedoeld is om uit de sleur te komen, je te laven aan de zon en het exotische ver weg, zodat je alles even los kunt laten, lukt dat dan ook? Helaas vinden we niet altijd wat we ver weg menen te zoeken. Het paradijs blijkt toch niet zo paradijselijk te zijn, want zon en zee zijn wel mooi, maar eigenlijk verveel je je en komen de problemen die je gehoopt had thuis te laten ook hier weer voor het licht. Je kun niet op vakantie gaan zonder jezelf thuis te laten. Sterker nog, op vakantie ben je vaak meer zelfbewust dan in de sleur van alledag. Juist omdat de sleur ontbreekt, kun je je richten op jezelf en is het te warm of te koud, is het net niet comfortabel genoeg, zijn we vermoeidheid, heb je last van heimwee, ofwel je zit jezelf in de weg.

Reizen is volgens Alain de Botton een levenskunst die niet iedereen beheerst. Het plannen van een vakantie is een vorm van praktische filosofie. Niet blindelings de brochures volgen en vertrouwen op het paradijs dat zij beloven, maar bewust reizen en bij de voorbereiding jezelf afvragen ‘wat zoek ik en heeft het landschap mij dat te bieden en zo ja, hoe vind ik dat daar?’ Je zou dan zomaar het paradijs in Friesland kunnen vinden. Beheerst u die levenskunst al?

Anna Riemersma

Nieuwsbrief 19, Februari 2017

Gaat de moraal het winnen van de rancune?

Sybe Schaap spreekt op 13 maart in ons Filosofisch café. Hij is politiek filosoof en namens de VVD lid van de eerste kamer.

In zijn laatste boek ‘Rechtsstaat in verval’ (2016) schetst Schaap de sluipende omwenteling die zich, in zijn ogen, voltrekt in het hart van onze democratische rechtsstaat. Een proces dat zich, zo meent de auteur, als rot invreet in onze sociale en politieke instituties. Kon je van het nazisme en communisme nog zeggen dat het van ‘buitenaf’ kwam, het populisme is, naar de smaak van Schaap, een kracht die van binnenuit de samenlevingsorde ondergraaft. En is daarmee, in zijn ogen, qua tactiek vergelijkbaar met de linksradicale vernieuwingsbeweging uit de jaren zestig en zeventig. ‘Over de lange mars door de instituties’ is de ondertitel die Schaap zijn boek heeft meegegeven. Het was in de jaren zestig het gevleugelde adagium van politieke activisten als Rudi Dutschke c.s, die met hun neo-marxistische vernieuwingsbeweging de macht van partijen, vakbonden, media, maatschappelijke organisaties en ambtenarij wilden uithollen in naam van de vrijheid. Volgens Schaap is de PVV met een vergelijkbare mars bezig, waarmee de partij deel uitmaakt van een brede politiek-maatschappelijke beweging. De opkomst van het populisme is volgens Schaap eveneens te wijten aan het neoliberalisme en het postmodernisme. Hij hekelt het vijanddenken dat populistische partijen propageren. De boosheid onder de burgers wordt alsmaar meer aangewakkerd. De rechtsstaat wordt ontkend en daarmee aangetast. Met name dat laatste baart Schaap zorgen. De instituties en de waarden die de rechtsstaat schragen en die zorgvuldig zijn opgebouwd, worden door het populisme ondermijnd. Tegen dat gevaar wil Schaap met zijn boek waarschuwen. Schaap hoopt dat de moraal het weer gaat winnen van de rancune en dat mensen overtuigd raken van het belang van een institutioneel geordende samenleving, alleen dan is er kans op een ommekeer.

2017 voortvarend gestart!

Al weer twee avonden liggen achter ons. Op dinsdag 10 januari jl. spraken we onder leiding van filosoof dr. Pieter Boele van Hensbroek over democratie. Burgers stellen democratie zeer op prijs, maar lijken zich af te keren van de politiek. Bieden een ander kiesstelsel, meer burgerparticipatie en referenda misschien verbetering? Door globalisering, Europa en migratie verliest de nationale democratie haar contouren. En willen burgers eigenlijk wel voortdurend meedoen? Onze cafébezoekers hadden volop vragen en opmerkingen. Kortom, een interessante filosofische avond, voor herhaling vatbaar.

De denkster

Op dinsdag 7 februari verraste Jan Keij ons met een gloedvol betoog over Levinas. Levinas tart ons westerse denken door het ‘andere’ en de ‘ander’ centraal te stellen. Met rake teksten uit de literatuur en eenvoudige voorbeelden uit het dagelijks leven maakte Jan Keij aannemelijk dat die ander ons niet onberoerd kan laten en fundamenteel is in onze menselijke conditie. We zijn niet op onszelf. We kunnen de ‘roeping’ van de ander niet negeren als we gelukkige mensen willen zijn.

‘Je kunt de lucht niet bezitten’

Deze gedachte staat aan de basis van de beroemde toespraak van Chief Seattle in 1854. Die toespraak wordt opnieuw tot leven gebracht op dinsdag 28 februari in de Zuiderkerk in Sneek. We kregen op de laatste café-avond diverse verzoeken om meer informatie over de avond. En, hoewel niet georganiseerd door het Filosofisch Café, belooft dit een bijzonder inspirerende avond te worden. Acteur, dansmeester en coach Jan Pieter van Lieshout verbindt met zijn performance deze negentiende-eeuwse toespraak met onze tijd. Nog steeds denken we de aarde, de lucht en elkaar te kunnen bezitten! In een tijd van polarisatie en verschansing achter de dijken is het thema van de verbinding bijzonder actueel. Adres: Rienck Bockemakade 7. Aanvang: 20.00 uur. Toegang: € 7,50. Georganiseerd door de vrijmetselarij Sneek, is de avond bedoeld voor een groot publiek. Aanmelden: info.loge277@vrijmetselarij.nl

En wat staat ons nog meer te wachten!

Op 4 april spreekt Ronald Hunneman over ‘kunsten maken denken’

De filosoof Ronald Hunneman is een oude bekende in ons café. Hij deelt in april zijn nieuwste bevindingen met ons n.a.v. zijn proefschrift. Kunsten zijn meer dan decoratie. Goede kunstwerken bepalen het denken van kijkers en luisteraars.

Het Filosofisch Café vindt plaats in
Zalencentrum de Walrus, Grote Kerkstraat 10 Sneek. 
Entree € 7,50-
We starten om 20.00 uur.